Volgers

zaterdag 15 juni 2019

De wandeling naar de bioscoop.


Eerst Pinksterdag besloten wij naar de film ‘Rocketman te gaan en i.p.v. met de bus of fiets zijn we lopend vanaf Overvecht naar het Jaarbeursplein gegaan. Het idee was prima en het weer nog beter. Wanneer je wandelt zie je meer, ook de dingen of dieren die je eigenlijk niet wilt zien, maar toch ook bij de stad horen. Net voorbij het groot winkelcentrum van Overvecht zien we bij het stadsverwarmingsgebouw twee ratten op het gemak tussen de struiken struinen. Ik kijk er even naar en bedenk mij dat ik vroeger aan het Zwarte water ratten met een luchtbuks dood schoot. Die heb ik nu niet bij me, dus lopen wij maar weer door. Op de Einsteindreef passeren wij de RWZI Utrecht, deze Rioolwaterzuivering is net op de schop gegaan en volledig vernieuwd. Dit ging niet zonder slag of stoot. Ik werk bij het HDSR en ik weet hoe hard hieraan gewerkt is. We gaan verder en slaan linksaf het Zandpad op. Hier heb ik zoals iedereen de nodige herinneringen liggen. In de tijd dat ik voor de Provincie werkte deed ik daar oppervlaktewatermetingen. Ik moest op bepaalde punten in de provincie de waterstand meten. Dit gebeurde vanaf een ingemeten punt aan de waterkant en met een meetlint werd de de afstand van de kade tot aan het water gemeten en zo kon je dan de waterstand berekenen. Natuurlijk was zo’n punt ook aan het Zandpad tussen 2 boten geplaatst. Deze metingen voerde ik altijd op vrijdagmiddag uit. De dames op de boot boden mij vrijwel altijd een drankje aan, die ik dan ook meestal op de leuning van de brug tijdens een gesprek met ze opdronk. Ik werd dan ook regelmatig aangesproken door bekenden die daar ‘toevallig’ moesten zijn en mij daar gezien hadden. Wanneer ik antwoordde dat ik daar voor mijn werk was, werd er altijd een beetje naar mij gekeken van ‘dat zal wel’ en op mijn vraag wat zij daar dan deden kreeg ik vaak maar een vaag antwoord.

Al mijmerend wandelen wij verder en lopen over de Rode Brug langs het oude politiebureau en het Leugenaarsbankje. De tekst op die bank van Ingmar Heytze wil ik jullie niet onthouden.

Het maakt me niet uit wat je hier hebt gehoord. Ze zeggen maar wat ze willen, daar ga ik niet in treden. Ik weet alleen dat het allemaal niet waar is of in elk geval niet allemaal. Dit zijn de feiten: de leugens en de waarheid lopen naast elkaar de stad uit, richting Zandpad. Zegt de leugen: ‘ik was niets van plan. Vraagt de waarheid: ‘Mag ik in het midden lopen?

Wanneer je wandelt zie je veel en via het Ondiep en de Amsterdamsestraatweg belanden wij aan het opnieuw aangelegde singel ter hoogte van het Paardenveld. Langs de singel is een prachtig wandelpad aangelegd en in de verte zie ik de gevlekte uitstulping van het nieuwe imposante Hoog Catharijne. ‘Zie ik dit nu goed, er lijkt wel een kruis bovenop het roze, blauw en grijs  ‘gevlekte’ gebouw te staan?’ Wanneer ik dichterbij kom blijkt dit het hijswerk van het glazenwassersbakje te zijn. Ik heb er vele fantasieën op los gelaten omdat dit gebouw zich er voor leent. Het heeft zich als het ware als een groot schip over de singel tussen Hoog Catharijne gewrongen. In het begin moest ik aan dit gebouw wennen, maar ik ga het steeds mooier vinden en bij Utrecht horen. We wandelen door naar de Oudegracht en gebruiken daar wat op een terras aan de werf. Ik geniet naar boven kijkend van de gebouwen zoals Hotel Kasteel van Antwerpen en de aangrenzende gebouwen. Ik realiseer mij steeds weer dat ik in een prachtige stad woon. Na een paar drankjes vertrekken wij richting Jaarbeurs, want dat is waar ook, door alle schoonheid zou je bijna vergeten dat wij onderweg zijn voor een bezoek aan de bioscoop.

 

Van Overvecht naar het Jaarbeursplein
Verrast door de ratten die hier eigenlijk niet zouden moeten zijn
Over het Zandpad waar je nu wel gezien mag worden
Net over de Rode Brug het oude politiebureau waar je tijdelijk kon worden opgeborgen

Vlak daarvoor de Leugenaarsbank voor jonge en oude leugenaars
Een overdekte bank waar je alles kwijt kan, leugens en verhalen van oude overwinnaars
Soms zijn ze waar maar vaak erg sterk, ze zorgen voor een lach of een lange discussie
Elke dag of later komen zij weer terug, ook al eindigde het laatste gesprek in een kleine ruzie

Ruzies, discussies ze horen erbij en een kleine ruzie zal de vriendschap nooit verstoren
Vaak zijn ze rustig, er wordt wat gelachen, praten zij luid dan kan je ze twee straten verder horen
Via het Ondiep en de Straatweg kom je aan het nieuw aangelegde singel terecht
Het nieuwe singel is één van de parels van Utrecht 






Utrecht mijn stad waar van alles gebeurt, goed en slecht
We zeiken over het mozaïek van het Vredenburg en de tram omdat hij nog niet aankomt in Utrecht
Maar stiekem zijn wij verschrikkelijk trots op ons stadje met zijn grachten en de Dom
Utrecht zit in je bloed, je hart en je hoort oan het proaten wel of je hier vandoan komp








maandag 10 juni 2019

Het gekleurde schip op het Utechtse singel




Het is net of hij over de singel de stad is in gevaren
Een bonte schakering van diverse kleuren
Over de singel binnengekomen dwars door de wandelpromenade van Hoog Catharijne gebroken
En precies op de juiste plek tot stilstaan gekomen

Hebben de Utrechters hem al een naam gegeven?
Want hij is daar niet meer voor even
Hij is daar verankerd voor een lange tijd
Het gebouw ligt er voor altijd

Een reusachtige gekleurde romp van roze, rode blauwe grijze en witte vlakken
De installatie voor het glazenwassers bakkie is een kruis en staat bovenop als heilig baken
Die laat het bakkie met glazenwassers alleen maar stijgen en zakken
Misschien moet dit kruis wel over deze harde werkers waken


Wordt dit gebouw één van Utrechts bezienswaardigheden?
Of zegt de echte Utrechter: Man wat lul je nou, het is gewoon een gekleurd gebouw
De tijd zal het leren, eerst vond ik hem lelijk en niet passen
Tegenwoordig laat ik mij door dit gebouw en mijn stad Utrecht verrassen







zondag 9 juni 2019

Terrasie oan de grag

Utreg me stadjie
Het water stroomt rustig door mijn gragie
Langs het terassie
Doar zit ik same met mijn meisie
Aon een biertjie en  een lekker happie
Utreg stoat gegraveerd in mijn hartjie
En ik verloat mijn  stadjie van me leve nie

maandag 20 mei 2019

Mijn naam is Toon en mijn zoon is verslaafd


 
Daar moest ik gisteren aan denken, tijdens een N.A. meeting voor verslaafden waar mijn zoon zijn levensverhaal vertelde. Wanneer iemand op een meeting wat deelt begint hij of zij met: ik ben.... en ik ben verslaafd. Er wordt dan door de anderen geantwoord met een hallo gevolgd door het noemen van zijn of haar naam.

Hij vertelde zijn levensverhaal op een heel indrukwekkende manier, ik gloeide van trots.

De reden van mijn aanwezigheid op deze meeting begon met een appje: 'Pa zullen we samen voetbal kijken?' Natuurlijk antwoordde ik met ja want er is niets mooiers dan samen met je kinderen genieten van je gezamenlijke voetbal interesses. Even later weer een appje 'oh shit vergeten, ik zou vanavond mijn levensverhaal vertellen op een meeting'.


Mijn zoon is verslaafd en gelukkig al meer dan een jaar clean. Een van de redenen dat hij clean blijft is het regelmatig bezoeken van meetings. Op zo’n meeting komen verslaafden die niet meer gebruiken bij elkaar. Zij ‘delen’ daar o.a. hun verhalen, hun angsten en belevenissen. Er wordt daar niet geoordeeld of veroordeeld. Ben je teruggevallen en kom je daar weer omdat je gestopt bent en je leven weer wilt oppakken, dan ben je van harte welkom. ‘Fijn dat je er weer bent' is wat je te horen krijgt. Ook knuffelt iedereen elkaar bij binnenkomst en vertrek van de bijeenkomst, dit is en voelt oprecht en warm. Bij een openbare meeting mag je als niet-verslaafde mee met iemand die de meeting bezoekt. 

Ik heb hem zijn levensverhaal horen vertellen over liegen, bedriegen, manipuleren van ons als ouders en anderen. Bewonderingswaardig was dat hij vertelde over zijn suïcidale gedachten en zijn gebruik wat nog veel erger was dan ik wist. Er waren meer dingen die ik voor het eerst hoorde, maar ik zag ook wat dat met de aanwezigen deed en dat was veel. Het deed mij ook veel dat andere aanwezigen meerdere keren deelden ‘Ik wou dat ik mijn vader of moeder mee kon nemen naar een meeting’. 


Ik ben dankbaar dat ik hier aanwezig mocht zijn en ik had deze avond voor geen honderd mooie voetbalwedstrijden willen missen.

Onderweg naar huis ging de meeting wel duizend keer door mijn hoofd, net als de nazorgmeetings voor ouders die ik regelmatig bezoek. Ook hier zie ik ouders struggelen met het herstel van hun kinderen. Nu heb ik die nazorg voor ouders niet zo hard nodig, maar ik ga erheen om met mijn ervaring als ouder de andere ouders te helpen waar mogelijk. Soms lukt dat door het geven van een tip of maken van een opmerking en misschien heb ik deze ouders zelf ooit weer nodig. 

Bij deze N.A. meeting kwam mijn zoon iemand tegen die hem had opgevangen in de kliniek en deze jongen was al snel teruggevallen. Maar nu vertelde hij met trots al een maand clean te zijn. Door dit soort verhalen te vertellen aan ouders waar bij het herstel van hun kinderen niet zo lekker loopt, geef je hoop en vertrouwen en kan je elkaar blijven helpen.


Hou mij te goede ik zou liever hebben gehad dat mijn zoon niet verslaafd zou zijn geweest. Maar de openbare meetings en de nazorgmeetings hebben mijn leven verrijkt.


Hallo ik ben Toon en mijn zoon is verslaafd.

vrijdag 17 mei 2019

De Bunnikside en de meermanskaart


In de tijd dat ik veertien jaar oud was, bezocht ik al uitwedstrijden van FC Utrecht. Dat was toen niet georganiseerd, wij hadden in die tijd geen whatsapp om af te spreken. Dus na de laatste wedstrijd werd een verzameltijd op het station afgesproken. Vaak werd dat om een uur of elf op het Centraal Station. Meestal waren we met een man of dertig of het moest zo zijn dat we tegen Ajax of Feyenoord moesten spelen, dan waren wij met een paar honderd man. 

In die tijd kon je een meermanskaart kopen, dat was een kaart waarop je met vijf man kon reizen. Die kaart was goedkoper dan een los kaartje. Zeker op de manier waarop wij hem gebruikten, wij kochten er maar één en reisden er met dertig man op. 

Hoe deden wij dat? Nou dat was niet zo moeilijk, je kunt het je niet voorstellen, maar heel vaak was er geen politiebegeleiding aanwezig en wij wisten natuurlijk best dat een conducteur geen zin in gedoe had. Bij controle van de conducteur lieten wij netjes de kaart zien, hij telde de vijf personen en controleerde de mensen aan de andere kant. Wij zorgden ervoor dat wij achter elkaar zaten en de kaart werd vlot doorgestoken naar de stoelen achter ons. Zo ging dat door tot iedereen gecontroleerd was. Soms konden we niet iedereen achter elkaar kwijt en moesten er een paar zich verstoppen onder de banken. Sommigen van die gasten onder de bank wilden wel eens weten hoever ze konden gaan en tijdens de controle trokken ze aan de broekspijpen van de controleur. Vaak gaf deze geen kik, een ander keek even op en zei dan: 'je kan beter op de bank gaan zitten dan op de vieze vloer gaan liggen'. En dan had je nog degene die dan wél wilden bekeuren, maar wat begin je tegen een man of dertig die om je heen komen staan. Kortom het reizen was vaak voordelig. 

Wij liepen niet in voetbalshirts, maar droegen sjaaltjes en vlaggen met bezemstelen als vlaggenstok. Dat was als het nodig was ook een handig wapen. Wij kwamen altijd zingend het station uit en gingen vaak lopend richting het stadion van de tegenstander. Langs die weg hadden wij veel bekijks en liet men ons met rust, omdat wij in die tijd al een behoorlijk slechte naam hadden.

Zo gingen wij ook eens naar een uitwedstrijd tegen Go Ahaed Eagles in Deventer. Aan het stadion stonden bij de ingang van die houten hokjes waar je kaartjes kon kopen. Wij wilden hier natuurlijk ook niet betalen. Dus werd het volgende afgesproken: bij het loket waar we de kaartjes konden kopen riepen wij dat de persoon achterin de rij zou betalen. Dat was vaak de grootste en de sterkste van ons allemaal en wanneer hij aan de beurt was vroeg hij om één kaartje. 'Maar je zou toch voor allemaal betalen', vroeg de man achter zijn loket dan. 'Donderstraal op', werd er dan geantwoord, 'je denkt toch niet dat ik voor die gasten ga betalen? Ik heb alleen maar een kaartje voor mijzelf nodig'. Hij kocht dan een kaartje en wij waren allang binnen. 

Net voor de tribune stond een houten winkeltje waar je drank, snoep enzovoorts kon kopen. Je raadt het al, binnen een mum van tijd was het winkeltje leeggeroofd. 

Op de tribune hadden wij alle ruimte omdat de ‘thuis’-supporters ons de ruimte gaven. Zij stonden op gepaste afstand dicht tegen elkaar aan, waardoor wij erg ruim konden staan. Op een geven moment kwam de politie naar een van ons toe en vertelde dat de mensen van het winkeltje van de omzet moesten leven. De pet werd van de agent zijn hoofd gegrist en er werd bij ons, maar ook bij de supporters van de tegenstander langs gegaan. Ook al hadden deze supporters geen deel genomen aan onze jatpartij, deden ze toch maar geld in de pet. Zo werd de omzet van die mensen weer goed gemaakt. De agent ging met een pet vol geld naar de mensen van het winkeltje toe. Wij waren geen lieverdjes maar op zo’n moment moest er gewoon voor die mensen gedokt worden. 

Dat wij geen lieverdjes waren bleek vaak na de wedstrijd waar wij dan de tegenstanders opzochten voor een matpartij. Dat ging er vaak hard aan toe met stokken en kettingen. Een aantal van ons werd altijd wel opgepakt. Op de terugweg had de trein regelmatig vertraging omdat er aan de noodrem werd getrokken. Dit had weer tot gevolg dat wij in Utrecht werden opgewacht door de Spoorwegpolitie met de nodige honden. Ook hier werden er altijd weer een paar van ons opgepakt. 

Op maandag wisten wij niet hoe snel we een krant moesten kopen om te kijken wat er nu weer over de Bunnikside geschreven werd.

De Bunnikside in de zeventiger jaren, je kan er over denken wat je wilt, maar ik heb als jonge jongen veel geleerd over vriendschap en steun aan elkaar. Wij lieten elkaar niet vallen en kwamen altijd voor elkaar op, want het ging over vriendschap, clubliefde en aanzien. Wij waren jong en dachten zeker niet na over de gevolgen van onze daden. Dat kwam bij de meesten van ons later pas.


Met de trein naar een uitwedstrijd in de jaren zeventig
Een meermanskaart voor vijf personen telde bij ons voor dertig
Lopend naar een stadion, langs de kant van de weg keken inwoners verbaasd naar ons
Er was er maar één die een kaartje kocht, bij de man in het loket een verbaasde frons

Na de wedstrijd werd er vaak geknokt
En onderweg werd de trein regelmatig gestopt
Een aantal van ons moesten in een cel overnachten
Als troost stonden hun koppen in de kranten

Wanneer de kranten hun namen vermeldden
Waren zij een hele week lang de voetbalhelden


Het Het boek met mijn verhalen is hier te bestellen://www.boekenbestellen.nl/boek/toon-de-woordenbende/9789082992106















zondag 12 mei 2019

de telegraaf bezorger.






Ik was dertien of veertien jaar oud en wilde een centje bijverdienen. Via een tip kwam ik op de Oudegracht 203 terecht, daar waar nu stripwinkel Blunder zit. Dat was toen het een depot van de Telegraaf. Ze zochten daar bezorgers voor de Telegraaf en ik zocht een baantje. Eén en één is twee, dus ik daar naar binnen. Achter een tafel waar ‘s nachts de kranten werden gesorteerd, zat een grote dikke man met een rood hoofd. ‘Wat kom je doen’, vroeg hij een beetje nors.
‘Ik wil graag wat bijverdienden als krantenbezorger’, antwoordde ik. ‘Hoe oud ben jij’, vroeg hij. ‘Zestien’, loog ik. Hij pakte pen en papier en noteerde mijn gegevens. ‘Je kan als je wilt maandag beginnen’, zei hij. ‘Dat is mooi’, antwoordde ik, ‘maar wat ga ik verdienen?’. ‘Je krijgt een kwartje per krant per week en deze wijk heeft ongeveer 200 abonnees’, legde hij uit. ‘Dus je verdient ongeveer vijftig gulden per week’.

Van zulke bedragen kon ik alleen maar dromen en ik antwoordde dat ik maandag wel kon beginnen. ‘Je moet zorgen voor een goede fiets met bagagedrager’, commandeerde hij. ‘Die heb ik wel’, zei ik. ‘En je moet hier vóór vijf uur in de morgen aanwezig zijn’, kwam er nog achteraan. Kolere dacht ik,daar had ik even niet bij stil gestaan, maar het vooruitzicht van die vijftig gulden maakte alles goed.

Die maandag was ik al om vier uur aanwezig. ‘Jij bent mooi op tijd’, zei de dikke man, die als bijnaam die Rooie had. Die Rooie legde me uit waar de pakken met kranten moesten worden gepakt en hij telde ze voor mij uit. ‘Vanaf morgen moet je dit zelf doen jochie’ De kranten gingen in de tas achterop de fiets en ik kreeg een lijst met straatnamen en huisnummers mee van de Telegraaf abonnees.

Ik kon gelukkig op de Oudegracht beginnen dat scheelde toch een hoop gezoek bleek later, want wist ik veel waar de Jacobsgasthuissteeg, de Zwaansteeg, de Zilverstraat enzovoorts lagen.
Daar was ik toen nog even de nodige uurtjes mee zoet en om half negen was ik pas klaar. Ik ging me even melden, die Rooie keek op en zei:  ‘Dat heb je vlot gedaan voor de eerste keer en ik heb nog geen klachten ontvangen’. Uiteraard was ik te laat voor school, dus besloot ik deze dag maar een welverdiende vrije schooldag op te nemen.

Na verloop van tijd kreeg ik het wereldje van bezorgen goed door. Tegen november zorgde ik ervoor dat ik een krantenwijk of vier had, want dat leverde met oud en nieuw flinke bedragen aan nieuwjaarsfooien op. Ook had ik snel door dat dronken gasten in de binnenstad flink voor je krantje wilde betalen. Op vrijdag en zaterdag telde ik altijd een krantje of 20 teveel af. Die Rooie lette toch nooit op. Op vrijdag- en zaterdagnacht werd je dan altijd een paar keer aangesproken: ‘Hé jochie, heb je een krantje over voor mij?’. Waarop ik steevast antwoordde: ‘Heb jij dan een knaak over voor mij?’.
Een krant koste toen ongeveer een gulden. Maar die dronken gasten gaven grif een knaakie voor de krant. Zo scharrelde ik al snel een extra weeksalaris erbij.
Een nadeel was het politiebureau aan het Tolsteeg. Regelmatig werd ik aangehouden met de vraag hoe oud ik was. Ik loog altijd dat ik zestien was. Ik wist natuurlijk dat zij het moeilijk konden controleren, er was in die tijd natuurlijk geen legitimatieplicht. ‘Dan gaan we je ouders maar eens bellen’, zeiden ze dan. Ik blufte daar dan overheen met ‘Daar zal die ouwe van mij blij mee zijn als je hem ‘s morgens om een uur of vijf gaat bellen, je bent de derde al deze maand’, loog ik dan verder. De agenten antwoordden dan dat ze later op de dag wel zouden gaan bellen, maar dat gebeurde natuurlijk nooit. Het vervelende was dat dat ‘gezeur’ mij altijd weer minimaal een kwartier van mijn tijd kostte, waardoor ik weer te laat in de klas verscheen.

In de binnenstad had ik ook wel eens te maken met agressiviteit. Ik was een keer in een steeg aan het bezorgen, komt er een vent schreeuwend aanlopen, katlam was hij. ‘Hé!’, riep hij, ‘geef mij eens een krant’. Ik voelde al nattigheid en had mijn kettingslot al van mijn fiets losgemaakt.
Dat was zo’n stalen ketting met een groot Abus slot eraan. Hij bleef schreeuwen en dreigde mijn kranten in de fik te steken,  wanneer ik geen krant aan hem wilde geven. Ik antwoordde dat ik een knaak voor die krant moest hebben en dat hij anders lekker de kolere kon krijgen. De man werd vreselijk kwaad en begon tegen mijn fiets te schoppen. Ik bedacht mij geen seconde en sloeg de ketting met aan het eind het Abus slot tegen zijn dronken kop aan. Hij lag gelijk een paar meter verderop op de grond met een vreselijke koppijn. Ik pakte mijn fiets en ging er snel vandoor. Daar was ik ook weer vanaf dacht ik. Maar die zatlap deed aangifte bij de politie en ik werd vervolgens van school weggeplukt en naar het politiebureau gebracht. Daar kwam natuurlijk aan het licht dat ik geen zestien was en kon ik mijn krantenwijkjes gedag zeggen.
Verder had dit akkefietje geen gevolgen voor mij. Die Rooie baalde dat hij mij kwijt raakte als bezorger, maar vond het ook vervelend voor mij dat ik mijn baantje kwijt was. ‘Ik heb al een collega van een ander depot voor je gebeld’, zei hij, ‘Je kan daar zo beginnen’. Dat was in de Waalstraat daar heb ik nog de nodige jaartjes als krantenbezorger gewerkt.

Elke morgen de Telegraaf bezorgen
Dat was vroeg opstaan elke dag vier uur in de morgen
Op mijn fietsie naar de Oudegracht
Daar lagen de kranten die rond moesten worden gebracht

De teveel afgetelde kranten werden voor een knaak verkocht
De rest werd dan weer netjes op het juiste adres bezorgd
De politie moest regelmatig naar mijn leeftijd raden
Er werd ten einde raad gedreigd naar huis te bellen

Moet je doen joh, om vijf uur in de morgen
Die ouwe van mij zal je dan een mooie scheldserenade bezorgen
Zo blufte ik ze regelmatig af ‘die wouten’
Ze belden toch niet naar mijn ouders en ik ging weer vrolijk verder met bezorgen van mijn kranten

Soms kreeg ik te maken met geweld
Maar met een ketting kreeg ik de grootste dronkaard geveld
Jaren vroeg op voor het bezorgen de kranten
Want die kranten bezorgden mij weer vele centen



dinsdag 30 april 2019

Ode aan Utrecht




De Dom
De Gracht
Hij komt uit in de Vecht
En hoort bij Utrecht

Net als de Domkerk
Afgesneden van die mooie toren door een storm en slecht werk
De Singel gedempt en omgetoverd tot een autoweg
Jaren later stroomt het water toch weer dwars door Utreg

Hoog Catharijne werd omgedoopt tot Hoog Chagerijne
Het sjagerijn is verdwenen, trots wandel ik door een winkelcentrum van allure
Buiten heeft de markt zijn beste tijd gehad
Tussen de kraampjes valt vaak een gat 

Op het Vredenburgplein wordt een mozaïek aangebracht
Of we het ooit zullen zien moet maar worden afgewacht
Twee minuten verder ligt de Oudegracht
Loop eens door naar De Neude, ga langs bij de Haas, mogelijk heeft hij al wat bedacht

Er is zo veel te vertellen over mijn mooie stad
De eerste ode over Utrecht, gewoon recht uit mijn hart



vrijdag 26 april 2019

LTS op de Schoolstraat


Ik was vroeger zo'n jongen waarvan iedereen zei 'Die kan niets'. Op de lagere school zagen ze maar één oplossing: Toon moet naar de Tuinbouwschool. Dan is hij lekker veel buiten en hoeft hij niet de hele dag in een klaslokaal op gaan zitten letten. Ik zal er verder kort over zijn, die school werd geen succes en ik mocht al snel vertrekken.

Na wat omzwervingen kwam ik op de 1e Algemene LTS aan de Schoolstraat terecht. Mijn allerlaatste kans, want als je daar van af werd geschopt kon je op geen enkele school meer terecht. Ik voelde mij daar al snel thuis, de meeste jongens die daar op school zaten woonden net als ik in een volksbuurt. Jongens net als ik die het niet altijd makkelijk hadden, maar het leven zelf leuk maakten. Dat leuk maken bestond uit spijbelen, voetballen, op Hoog Catharijne hangen enzovoorts. Maar ook op school hadden we veel lol.

In de eerste twee klassen moest je aan alle vakken 'ruiken'. Het ene uur stond je aan een draaibank en het volgende uur was je in de keuken aan het koken. Die keukens waren op de begane grond en het gebouw was gebouwd in een soort van U-vorm. Nu kregen wij ook les in metselen op de derde verdieping. Daar leerden metselen wij met steentjes net zo groot als een legoblokje.

Op een warme dag stonden de ramen open. Een klasgenoot zag op zo'n warme dag dat er bij de koks aan een grote bruidstaart werd gewerkt. Achteraf bleek het een tentamenstuk te zijn. Wisten wij veel, daar stonden wij aan het raam met die kleine steentjes en in een splitsecond hadden wij besloten dat die taart aan gort moest worden gegooid.

We hadden toen geen benul dat je van drie hoog ook iemand zware verwondingen had kunnen bezorgen. De leraar was op een moment even gaan roken. Het lulletje van de klas moest op de uitkijk gaan staan en alle ramen gingen open. Als een soort bombardement gingen de stenen door de ramen op de benedenverdieping richting de taart. Het glas beneden spatte alle kanten op en de taart werd door de stenen en rondvliegend glas helemaal naar zijn kloten gegooid. De school stond op zijn kop en de hele klas werd op het matje geroepen. Men zou en moest de daders eruit pikken.

Maar de hele klas gaf geen krimp. Het was op die school een ongeschreven wet, 'je verraadt nooit iemand'. De leerkrachten waren woest en er werd op een andere tactiek overgegaan.

De volgende dag moesten wij ons melden bij kamer 13. Dat was de kamer van de directeur, elke morgen bij het binnenkomen van de school stonden daar wel een paar namen op een groot bord. Ik was er al aan gewend dat de naam Lagas er een paar keer per week op stond, daar werd ik niet meer zo zenuwachtig van. Wanneer je naam op het bord stond moest je je eerst bij de conciërge melden. Dan werd je meestal in een groepje van drie naar de gang gebracht waar de directeur in zijn kamer zat. Deze conciërge liep altijd mank en wanneer hij voor ons uit liep deden wij natuurlijk zijn loopje na en hadden dan de grootste schik. Je moest dan gaan zitten op een bankje, de conciërge klopte op de deur en gaf de namen door van de jongens die daar zaten.

De directeur, hij heette volgens mij De Kruif, was een strenge man die verschrikkelijk tekeer kon gaan, maar ondanks dat mocht ik hem wel. Streng en rechtvaardig noem je dat tegenwoordig. Hij deed er alles aan om de schuldigen te kunnen straffen. Ik was ondertussen wel wat gewend en gaf geen kik, maar er waren klasgenootjes die met tranen in de ogen zijn kamer uit kwamen. Maar niemand van die klas was doorgeslagen. Uiteindelijk konden ze niets anders doen dan de hele klas voor een week te schorsen.

Een mooiere beloning konden wij niet krijgen. Spijbelen met toestemming. De brief aan de ouders vingen wij zelf wel op en een handtekening was makkelijk vervalst.

Toch heeft deze school mij veel gegeven, in de derde klas was ik het na de eerste schooldag al zat. Ik ging een poosje spijbelen, dat poosje werd bijna een heel schooljaar. Nu vraag je je af hoe dat kon, maar in die tijd waren er geen computers en mobiele telefoons, dus werd er bij verzuim een groene kaart per post verzonden.

Mijn moeder en stiefvader werkten de hele dag, wij woonden in een flatgebouw waar de brievenbussen aan de hoofdingang hingen. Met een breekijzer boog ik dan het deurtje wat open en viste die kaart eruit. Dat openbreken van die brievenbusjes kwam vaker voor dus daar keek niemand van op.

Het was ergens in mei toen ik besloot om maar weer eens naar school te gaan. Ik was nog geen drie stappen in het gebouw of ik hoor een zware stem: ‘Lagas! Wat denk jij hier te doen?’. Het was mijnheer Tamminga, je kent dat wel, zo' n leraar waar echt iedereen veel ontzag voor had. Kolere dacht ik, hier zit ik niet op te wachten. ‘Kom jij maar even mee’, wenkte hij. Ik had geen keus en volgde hem maar. Ik verwachtte een enorme tirade, maar hij werd heel vaderlijk. ‘Wat verwacht je nu’, vroeg hij rustig, ‘Denk je zomaar weer mee te kunnen doen?’. Ik haalde mijn schouders op en onnozel antwoordde ik dat dit wel de bedoeling was.

Ik zag ineens bij deze strenge man een vorm van radeloosheid. Hij had mij gewoon van school kunnen schoppen. Maar ik voelde al snel aan dat dit niet ging gebeuren.

Mijnheer De Gram kwam binnen. Dit was een leeraar die metaalles gaf. Deze man was een praktijkman en had geen lerarenopleiding gehad, hij was vanuit de fabriek les gaan geven op de LTS. ‘Wat doe jij hier’, vroeg hij. Ik haalde mijn schouders weer op en antwoordde dat ik weer terug naar school wilde. Beiden keken elkaar aan en gingen even apart zitten.

Even later kwam Tamminga weer binnenlopen en zei: ‘Als jij belooft om voortaan weer naar school te komen zonder te spijbelen, dan zorg ik er voor dat jij terug mag komen en dat je van klas drie naar vier gaat. Maar ik wil wel dat jij woord houdt’ zei hij, ‘want mijn kop gaat eraf wanneer jij weer gaat spijbelen’.
Ik hield woord en hij ook.
Ik ging met een diploma van school af en ondertussen ben ik bijna zestig jaar, maar de basis van mijn leven is mede op deze school gelegd.





De Tuinbouwschool kon nooit wat worden
Op de LTS stond mijn naam met regelmaat op de borden
Met stenen ging de grote taart kapot
Niet alleen de taart maar ook de ramen gingen aan gort

De daders waren kameraden
Daarom werd niemand verraden
De directeur beet van nijd zijn sigaar kapot
Hij dreigde en schold ons verrot

Hij kreeg ons niet klein en zoals verwacht

Werd de hele klas 'hard' aangepakt
Als bonus werden we allemaal geschorst
Vanwege gebrek aan bewijs, een week van school verlost

Na één dag in het nieuwe schooljaar 

Was ik er helemaal mee klaar
Ik ben toen bijna een heel jaar niet op school geweest
Alleen de laatste week was ik er het meest

Ik werd zelfs niet van school gegooid
Maar er werd gezegd dat ik 'netjes' klas drie had voltooid 

In klas vier ben ik nooit meer afwezig geweest
En aan het eind van mijn jeugd werd er trots met een diploma gefeest


Het boek met mijn verhalen is hier te bestellen://www.boekenbestellen.nl/boek/toon-de-woordenbende/9789082992106








 

donderdag 21 maart 2019

Het boek 'Toon de Woordenbende'


Vandaag was ik zo druk met privéwerkzaamheden, dat ik er niet aan toe kwam om mijn mail te lezen. Het is 20 maart, de dag van het Waterschap en de Provinciale verkiezingen. Belangrijk, maar dat maakte mijn dag niet speciaal.

Eigenlijk is de dag al zo goed als voorbij wanneer ik mijn mail begin te lezen. En ja hoor, daar is het mailtje van de drukker dat de omslag eindelijk was goed gekeurd.
Wat een gedoe zeg, eerst was de omslag verkeerd om aangeleverd en toen dat probleem getackeld was, kreeg ik weer een mailtje dat de rug 2 millimeter afweek. Ik zal de krachttermen niet herhalen die ik uitriep over die lullige twee millimeter. Man wat kan mij die rottige 2 mm toch schelen dacht ik, maar ja, je wilt toch een perfect uitziend boek uitbrengen. Het was ook de frustratie die er een beetje uitkwam.

Je kent dit misschien wel, de teksten worden wel honderd keer doorgelopen en elke keer denk je, ik kan eindelijk het boek gaan uitgeven. Maar dan wordt er weer een scheve komma gevonden, een letter die op zijn kop staat of een regel die van achteren naar voren loopt. Pffft er komt geen einde aan. Maar als alle letters netjes in de rij staan en op de plaats waar zij horen te staan, kan ik die handel eindelijk uploaden. Ik wil alles tegelijk uploaden, maar de drukker wil eerst de tekst en indeling beoordelen en dan mag ik de cover pas uploaden. 

Dit is dus niets voor een ongeduldig typetje zoals ik. Maar goed, alle tekst is afgestoft, dus wat kan er nu fout gaan. Tja, Lagas dat heb je dus mis, de pagina nummering is niet juist. Ik moet iets aanpassen met secties en zo. Ik heb geen idee hoe ik dat nu weer moet doen. Kunnen jullie dat niet even voor mij doen? Gelukkig lossen zij het voor mij op. Eindelijk mag ik de cover uploaden. Vandaag op 20 maart is het zover: de mail dat alles in orde is bevonden. De proefdruk is onderweg en wordt de 25e bij mij aangeleverd. Ik verwacht dat deze proefdruk gelijk perfect is. Niet geleerd van het voorafgaande Toon? Nee dus, volgende week gaat mijn boek uitgegeven worden. 

Het resultaat van hard werken niet alleen door mijzelf, maar wat dacht je van Marion. En dan mag ik zeker Gé en Sanne niet vergeten. Er is niet alleen hard gewerkt aan het boek, maar ik moest het ook financieel rond zien te krijgen. Hier was er een succesvolle crowd fund actie voor nodig. Dit is toch een spannende zaak, want nu moet je de mensen van te voren overtuigen dat investeren in je boek een goede zaak is. Samen met Marion is het gelukt om het benodigde geld, maar liefst 2500 euro, bijeen te krijgen. Ik heb hier veel van geleerd, maar nog belangrijker, ik heb gemerkt dat velen mij dit gunden. Kortom deze dag, 20 maart is een dag die ik niet snel zal vergeten. Die Woordenbende gaat er eindelijk komen. Hier ben ik jullie echt heel erg dankbaar voor.





Vandaag in 2019 op twintig maart
Krijgt mijn boek eindelijk een kop en een staart
Er stonden wat letters op hun kop, daar had ik even niet opgelet
Alle scheve komma’s zijn weer netjes recht gezet

Aan de cover mankeerde niets
Maar een afwijking van 2 mm is voor de drukker niet zomaar iets
Alle letters zijn op de juiste plaats gezet
De persen worden vanaf nu door een Woordenbende bezet

Je bestelde boek komt eraan
Het was even wachten maar je hoeft er niet voor in de rij te staan



donderdag 7 februari 2019

Woordenbende wandeling

Beste lezers,

Op mijn Crowd Fund site staat nu een Woordenbende Wandeling in Utrecht stad.
Let op en wees er snel bij, aan deze actie kunnen maximaal 10 personen deelnemen.

Wij starten op 21 april 2019 met de wandeling bij De Mariaschool, daar vertel ik jullie over mijn tijd op deze school. Vervolgens wandelen wij naar het Zwartewater waar ik ik jullie over mijn jeugdtijd bij de melkfabriek ga vertellen. Vervolgens gaan we op 'kerstbomenjacht' op het Koekoeksplein. Aansluitend lopen wij naar dWillemstraat om bij café Dikke Dries een stop te maken voor een gezellig drankje. Na deze pauze vertrekken we naar de Neude voor een bezoek aan het kunstwerk De Denker, hier zal ik mijn Woordenbende ‘De Denker op De Neude’ voorlezen. Dan gaan wij op zoek naar de Dom waar jullie weer een Woordenbende voorgelezen krijgen. Als laatste lopen we naar dé beroemde piano op het station. Op het station zal een verrassingsmuzikant voor jullie gaan spelen. 
Deze wandeling duurt ongeveer 2 uur, inclusief de pauze.
Na afloop ontvangen alle deelnemers een exemplaar van het boek Toon de Woordenbende’.
Deze leuke actie kost 25 euro per persoon.

Hoe kan jij je inschrijven en aanmelden?
Ga naar:
Kies dan voor mijn Woordenbende Wandeling.

Met vriendelijke groeten,
jullie verteller, dichter, blogger,


Toon Lagas

zondag 3 februari 2019

Schooien om geld


Schooien om geld voor een Woordenbende.

De beslissing is gevallen, ik ga mijn Woordenbendes bundelen tot een boek. Dan komt de vraag: zoek ik een uitgever of ga ik het boek zelf uitgeven? Na wat onderzoekwerk beslis ik dat ik mijn boek zelf wil uitgeven. Maar ja, ik kan dan wel een aardig verhaaltje schrijven, van een omslag ontwerp heb ik geen kaas gegeten en taalkundig moet er ook het één en ander gebeuren. Gelukkig zijn er mensen om mij heen die daar wel kaas van hebben gegeten. Gé Smit en Sanne van Deijl hebben mijn omslag ontworpen. Marion Smit verfijnde haar illustraties en is tot op heden nog bezig om mijn teksten te verbeteren. Kortom de benodigdheden voor mijn boek zijn er. Alleen het belangrijkste ontbreekt, namelijk genoeg geld om mijn boek uit te geven. Er volgt opnieuw een onderzoek naar de mogelijkheden om geld binnen te halen voor het uitgeven en drukken van het boek.

Ik kom uit bij de crowd funding site ‘voor de kunst’, ik meld mij hier aan en bepaal mijn te behalen doel. Het totaal bedrag van 2500 euro wordt vastgesteld voor de onkosten van het uitgeven en het drukken van het boek. Denk nu niet dat met de start van een crowd fund site het geld binnenstroomt. Nee, je wordt geholpen met een plan, een plan dat je moet uitvoeren. Dan pas begint het schooien, bedelen en ik heb 41 dagen om de benodigde 2500 euro binnen te halen.

Ik ben begonnen met het benaderen van de whatsapp groep van mijn vaste lezers. Dat werkte, de eerste bijdrage van Marion was nog niet binnen of er volgden er meer. Voor ik het wist was er al 10 procent binnen, en elke dag kwam er wel een bedrag binnen. Na een week ben ik begonnen met het benaderen van mijn vrienden op Facebook, ook hierop werd goed gereageerd. Langzaam liep het percentage op naar ongeveer 30 procent van het te behalen bedrag.

Zaterdagmiddag 26 januari heb ik mijn allereerste lezing ooit in de Centrale Bibliotheek van Utrecht gegeven. Niet alleen iets waar ik trots op ben, maar het levert ook nog een paar donaties op. Daarna viel het langzaamaan toch stil. Toen volgde de stap van onbeschoft bedelen en ik ben iedereen waarvan ik wist dat zijn nog niets gestort hadden, persoonlijk gaan benaderen. Deze schooiactie leverde mij weer een mooi aantal donaties op. Langzaamaan loopt het te behalen percentage op naar 50 procent. Die eer is aan Marion, zij benaderde haar familie, vrienden en kennissen, met als gevolg dat de vijftig procent werd gehaald en vandaag stomen wij door naar de 52 procent.

Ik ben nu 14 dagen bezig en heb intussen 1301 euro binnengehaald. Er is dus nog 48 procent te gaan, het moeilijkste gedeelte, want alle bronnen zijn zo langzamerhand aangeboord. Ik ben ook bezig met een bedrijf voor een grotere bijdrage. Maar ook daar ben ik er nog niet mee. Ik kan dus nog hulp gebruiken en ik besef donders goed dat niet iedereen op mijn boek zit te wachten. Maar misschien is er bij iemand een extra gunfactor aanwezig om mij alsnog te steunen of misschien wel extra te steunen. Daarnaast beloof ik dat elke cent die ik overhoud of eraan verdien naar het KWF gaat. Misschien trekt dit jullie ook over de streep. Kortom bedankt alvast voor het kijken op de ‘voor de kunst’ site en klik a.u.b. de volgende link aan:


 


Schooien voor een Woordenbende is een hele belevenis
Bedelen, vragen en smeken om geld omdat dit boek het waard is
Niet alleen mijn Woordenbendes, maar tekeningen en omslag maken het boek compleet
De bijdragen van jullie maken mijn boek gereed 

Gereed voor verzending naar jullie handen en ogen
Die het boek vasthouden en mijn teksten lezen mogen
Ik ben er nog niet en moet jullie om nog meer geld vragen
Kijk nog eens naar mijn acties, kan ik jullie hiermee uitdagen?

Een uur lang Woordenbendes voorgelezen door Toon met zijn heldere stem
Daarna valt er veel te lachen over of met hem
Heb je mijn cadeaupakket al bekeken?
Vier verjaardagen lang hoef je niet te verzinnen wat je aan de jarige zal geven

Een overnachting in ‘Airbnb Nieuwegein’ kan ik je ook aanbieden
Heerlijk wanneer je van het mooie Utrecht wilt genieten
Je krijgt nog twee Woordenbendes die je anders naar Utrecht laten kijken
De Dom, De Piano op het station en De Denker op De Neude kan je dan écht bekijken
Kijk nog eens op mijn crowd fund pagina door op de onderstaande link te klikken

 Dan kan ik snel het boek voor jullie laten drukken

 

 

donderdag 24 januari 2019

'oneindig' geluk




Dolgelukkig waren zij met elkaar, samen hadden zij het zo fijn. Alles klopte, hij was lief, leuk en ondernemend.
Elke keer wanneer ik vroeg hoe het ermee stond, spoot het geluk uit haar ogen.
De bezoekjes bij wederzijdse vrienden, kinderen en ouders maakten iedereen blij.
Hij was een lot uit de loterij. Dit kon nooit meer fout gaan. 

Vanmorgen kwam ik haar tegen en vroeg: heb je het nog steeds dol fijn met hem? Nou haal dat dol en fijn er maar af, antwoordde zij.
Verward reageerde ik: Ho, stop, wat is dit? Ik keek in haar ogen die er moe en dof uitzagen. Koffie!! riep ze op een toon die ik gelijk begreep.
Samen zochten we met koffie een rustig plekje op. Voor de eerste slok brandde zij los, zomaar uit het niets belde hij haar met de mededeling " het gevoel" is weg. Haar ogen ze keken mij vragend aan alsof zij van mij een antwoord verlangde.
Eén seconde voor het telefoontje was ik zo gelukkig en daarna was alles weg, ging zij verder. 

Veel antwoorden had ik niet, dus probeerde ik haar maar wat op te beuren met dooddoeners die haar niets hielpen. En ondertussen werd ik boos op iemand die ik notabene niet eens ken. Jochie dacht ik, je laat al het goud uit je handen glippen. Alleen omdat je gevoel in een verstandsverbijstering is veranderd. Haar verdriet raakte mij omdat ik het geluk van haar zo goed begreep. Maar schijnbaar is geluk niet te kopiëren.




Samen keken ze over het grote meer
De zon elke morgen op en ‘s avonds neer
Neer als een grote rode vuurbal
Net als het vuur in hun ogen, je zag het overal

Geluk voelt warm, mooi en oneindig
Na drie maanden, de telefoon aan het oor, helder werd ineens wazig
Weg was de rode vuurbal, luid sissend zonk hij weg in het water
Donker was het licht en enorm de kater

Een oneindig verhaal dat eindigt in een veel te dun boek
Het boek dat is geleefd en beleefd, nooit geschreven en nooit verfilmd voor het witte doek
Zij pakt een nieuw boek met alleen maar lege vellen
niemand weet wat het nieuwe verhaal haar gaat vertellen

Nieuwe letters gemaakt voor een ander verhaal
Zij vormen samen geluk of liefde-taal
Deze taal zal zij oppakken om vervolgens weer rustig verder lezen
Vele letters maken een boek dik, een verhaal mooi, met dit boek zal zij heel lang gelukkig wezen




Wil je mij helpen met het waar maken van mijn droom? Steun mij dan op:
https://voordekunst.nl/projecten/8314-van-adhd-er-naar-verteller-en-dichter



vrijdag 18 januari 2019

Crowd Fund


Beste Woordenbende lezers,

Ik heb mijn Woordenbendes omgezet in een bundel met Woordenbendes.

Dit boek gaat ‘Toon de Woordenbende’ heten. Maar voor ik dit boek kan uitgeven heb ik geld nodig. Daarom ben ik gestart met een crowd fund actie op de website ‘voordekunst.nl’.

Met het volgen van deze link: Https://www.voordekunst.nl/projecten/8314-van-adhd-er-naar-verteller-en-dichter

kom je op mijn pagina terecht. Op deze pagina vind je meerdere donatie keuzes.

Ik hoop dat jullie mij willen steunen en ook je omgeving wilt activeren om mij te steunen.

Het geld heb ik nodig voor de productie en het drukwerk van het boek.

Al het geld wordt goed besteed en elke cent die ik over houd wordt aan het KWF geschonken.

Mocht mijn streefbedrag (2500 euro) niet gehaald worden, dan krijg je je geld gewoon teruggestort.

Alvast bedankt voor jullie steun.

Met vriendelijke groeten,

Toon

donderdag 10 januari 2019

bij deze ziekte lijden er twee


Op een avond kreeg ik een berichtje dat het met een vriendin niet goed ging. Zij was ernstig ziek geworden. Gelijk nam ik contact met hen op, en vervolgens ben ik snel bij ze langs gegaan. Dat was de eerste keer, zij zag er goed uit en beiden waren ze optimistisch. Zij waren bezig met de reguliere geneeskunde maar ook met alternatieve geneesmiddelen. hij plukte elke dag paardenbloemen voor haar. Vervolgens trokken ze thee van de wortels. Zij wist dat ze niet meer zou genezen maar wilde wel zo lang mogelijk doorgaan met het leven.
 Een week later vertrok ik voor een vakantie naar Spanje. En voor ik vertrok schreef ik een persoonlijk gedicht voor ze om aan te geven dat ik ze niet zou vergeten en om te zeggen wat zij voor mij betekenen. Kort daarna kreeg ik een berichtje dat zij toch wel hard achter uit ging. Dat deed mij veel pijn, temeer ik drie weken vakantie aan het vieren was en er niet bij zou kunnen zijn als het eventueel mis mocht gaan
Tijdens mijn vakantie hield ik regelmatig contact. En steeds ging het wat minder. Na mijn vakantie ben snel ik naar hun toe gegaan. Daar aangekomen lag zij op bed, vrolijk en voor zover mogelijk monter. Ik kuste haar op haar wang, en het eerste wat ze zei was ik zweet en zie er niet uit. Meid  dat valt best mee zei ik, natuurlijk was ze veel afgevallen maar ze doet nog steeds haar best om er goed uit te zien. Ik heb wel pijn hoor vertelde zij mij, maar het is dragelijk met de medicijnen die ik krijg. Ik slaap steeds meer en ik kom bijna mijn bed niet uit, maar ik voel mij nog redelijk goed. Ook vertelde zij dat ze niet bang was voor de dood. Ach, zei ze met de nuchterheid die haar altijd heeft gekenmerkt, je doet je ogen dicht en slaapt rustig verder. Na een klein half uurtje werd ze erg moe en ging ik met hem op balkon zitten.
Hij was verdrietig en keek enorm op tegen een toekomst waarin hij alleen zal zijn. Wij praten nog een tijdje verder, en op een gegeven moment vroeg hij aan mij, Toon wanneer je hier een keer wat over wilt schrijven, schrijf dan op dat bij deze ziekte er altijd twee lijden. Hij had dit niet tegen dovemans oren verteld. En nog dezelfde avond schreef ik het volgende.
 
Hij huilt en zegt: bij deze ziekte lijden er twee
Zij lijdt ondragelijke pijnen en hij lijdt met haar pijnen mee
Hij zorgt voor haar met al zijn liefde, zij praat over een toekomst vol slaap met mooie dromen
Zij is niet bang voor de lange slaap, nee, ik doe gewoon mijn ogen dicht en laat het op mij afkomen

Hij doet zijn best om haar pijn te verzachten
Maar niemand, echt niemand weet zijn van zijn pijnlijke gedachten
Hoe moet het nu en hoe moet het later, zijn gedachten ze doen zo’n pijn
‘s Avonds als zij slaapt voelt hij hoe alleen hij straks zal zijn

Elke dag slaapt ze langer, zegt hij, alsof ze mij laat wennen aan de gedachte van alleen
Alleen de hond, alleen de tv, alleen zonder haar, het is zo intens gemeen
Maar zij zijn nog samen, ook al komt zij bijna niet van haar bed
Samen praten zij, of luisteren zij naar hun muziek, muziek die nooit mag eindigen

Zij sluit even haar ogen, zal ik straks slapen zonder geluid en kan ik slapend zingen?
Hij sluit zijn ogen en kijkt naar vroeger en ziet haar dansen, zingen en lachen
Zij is jong en oogverblindend mooi, hij zo trots omdat hij haar naar huis mag brengen
Voor altijd, in voor- en tegenspoed knokken zij samen het leven door

Samen gelukkig zijn, samen werken in hun eigen bedrijf, daar gaan zij voor
Samen gestreden voor de toekomst, straks niet meer dan een verleden
Hij zal alleen de toekomst in gaan en die tijd in zijn eentje besteden
Maar ook in de toekomst zijn er vrienden die om hem geven

Zij zijn verdrietig om haar, maar zullen dat niet toegeven
Omdat zij er altijd onvoorwaardelijk voor hem is geweest
Slaap fijn en droom de dromen die je iedereen zou willen wensen, maar jezelf het meest
Hij is niet alleen, jij op zijn schouder, wij om hem heen alsof het altijd zo is geweest
Bij deze ziekte lijden er twee
Maar nu lijd ik zeker mee