Volgers

vrijdag 16 augustus 2019

Verdriet buiten de apotheek


Voor mijn maandelijkse voorraad ADHD pilletjes moest ik weer naar de apotheek. Het duurde allemaal wat langer omdat er volgens de apotheker het één en ander veranderd was. De deur van de apotheek stond open waardoor ik tijdens het wachten een intens verdriet waarnam. Ik zag een jonge vrouw, vlot gekleed met een gekleurde hoofddoek om haar hoofd. Zij was intens verdrietig en sprak luid huilend. Het enige wat ik verstond was: 'Als ik tien kilo ...... '. De apotheker kwam terug met een formulier en uitleg. Ondanks dat het geluid vervaagde had ik meer aandacht voor het verdriet buiten dan de uitleg aan mij binnen.
Het was het verdriet en het beeld wat mijn aandacht trok. De vrouw sprak tegen een man, waarschijnlijk haar vader of begeleider. Hij gaf haar duidelijk de ruimte en dat bedoel ik letterlijk en figuurlijk. Hij gaf haar ruimte door op gepaste afstand te blijven, maar dicht genoeg om er voor haar te zijn. Hij reageerde heel rustig en liet haar, hoe hartverscheurend het ook was, haar verhaal doen. Het deerde geen van beiden dat dit op straat plaatsvond en het was geen ordinaire ruzie. Deze waarneming van mij duurde maar een paar minuten en ik zal het vast mis hebben, maar voor mij was het een schreeuw om hulp.

Het liet mij niet meer los en in de auto gingen mijn gedachten terug naar afgelopen woensdag. Dat was voor mij een heugelijke dag, maar ook een dag die mij aan het denken heeft gezet. Op die dag kreeg mijn zoon die verslaafd is, zijn penning voor anderhalf jaar clean zijn. Het was een openbare NA (Narcotics Anonymous) bijeenkomst. Mijn zoon had mij meegevraagd en natuurlijk deed ik dat. In een groep zoals deze helpen verslaafden zichzelf aan de hand van een 12 stappen programma. Hier zag ik mensen struggelen en vechten tegen de ziekte verslaving. Zij zitten daar om elkaar te steunen en zo nodig te helpen. Het voorval bij de apotheek en mijn bezoek aan de NA doet en laat mij steeds vaker nadenken over hulpverlening op welk gebied dan ook. Er zijn zoveel mensen die tegen iets vechten zonder dat er hulp voor ze is. Ik weet dat ik niet de hele wereld kan redden, maar soms denk ik wel eens: zou ik op mijn zestigste een carrièreswitch kunnen maken? Het meisje, en ik noem het maar haar vader, begeleider, zijn nog niet uit mijn gedachten geweest. Ik wens ze alle hulp toe die ze nodig hebben.


Ik hoorde je hartverscheurende verdriet
Was het een schreeuw om hulp, ik weet het niet
Een paar minuten maar gewoon omdat ik verder moest gaan
Gelukkig was er iemand die om je geeft en bij je bleef staan

Hij gaf je ruimte en bood veiligheid
Dat was mijn indruk, maar een indruk dekt natuurlijk nooit de waarheid
Ik kon je niet helpen, maar ik hoop dat hij het wel kan
Ik wens dat jouw verdriet vandaag ver weg is van....

Van de pijn die je voelde
Van de tranen die over je wang rolden
Van de angst voor het onbekende
Van datgene waar jij misschien voor wegrende

In gedachten wens ik dat jij het verdriet ergens onderweg verloren bent
Dat je roep om hulp gehoord wordt en er geluisterd wordt door iemand die jou kent
Ik zag je knokken en ik weet nog steeds niet waarom en waartegen

Maar laat mij hopen dat jij nu weer kunt lachen, omdat niet hebt gezwegen


Al mijn verhalen zijn te lezen in mijn E-book en kost maar 2,95 je kunt hem downloaden met onderstaande link.



https://www.boekenbestellen.nl/ePUB/toon-de-woordenbende/33927


donderdag 11 juli 2019

Veelzijdige Ruben



Na het uitbrengen van het boek Toon de Woordenbende vond ik het weer tijd om het Piano boek verder uit te breiden met meer verhalen over de piano en zijn omgeving. Op 3 april 2019 sta ik weer aan de piano op het CS van Utrecht waar Ruben piano zit te spelen. Hij heeft vandaag een vergadering op zijn werk bijgewoond en is blij dat hij een saaie dag van zich af kan spelen. Ruben is een leuke open Molukse jongen van 25 jaar oud en een fervent gebruiker van de piano. Hij bespeelt meerdere CS piano’s o.a. die in Amsterdam en Den Haag, voor hem zijn deze piano’s een levensbehoefte.
Ruben heeft aan de piano’s vele muzikale vrienden overgehouden. Met deze vrienden houdt hij regelmatig jamsessies, welke in jamcafés maar ook op stations gehouden worden. ‘Zonder de piano’s op de NS stations zou ik deze muzikale vrienden nooit hebben ontmoet,' vertelt hij. De piano geeft hem een goed gevoel, daarnaast krijgt hij veel complimenten over zijn pianospel. 
‘Zouden er meer instrumenten bij moeten komen' vraag ik. ‘Eigenlijk…’, hij peinst, er valt even een stilte en tegelijkertijd kleurt hij beetje rood. ‘Eigenlijk zou er ook nog een slaginstrument bij moeten komen’. Ik zie dat hij beseft dat dit praktisch niet mogelijk is. 
Ruben plaatst ook filmpjes op zijn YouTube kanaal  aR.Bie-n. Tijdens het bekijken van zijn filmpjes op dit kanaal herken ik wat ik tijdens onze ontmoeting al hebt waargenomen. Ruben is een veelzijdige en spontane jongen, hij interviewt, neemt zijn sessies op die hij thuis, in het café of op het station organiseert. Met zijn YouTube kanaal heeft hij ook de opening van het CS Utrecht opgenomen, hij neemt leuke interviews af en natuurlijk neemt hij ook even plaats achter de piano om samen met anderen muziek te maken. 
Hij laat niet alleen de mooie dingen zien, maar ook het moment dat hij onbeschoft door een medewerker van de NS opzij wordt gezet omdat het geluid van de piano boven het geluid van de omroepinstallatie uit komt. De NS vond ook dat dit niet kon en kwam al snel met verontschuldigingen en Ruben zorgt ervoor dat deze kant van het verhaal ook wordt getoond op zijn kanaal. 
Deze eerste ontmoeting na het schrijven van mijn eerste boek ‘De Piano’ geeft mij het gevoel dat er nog vele mooie verhalen gaan volgen. 

donderdag 4 juli 2019

Jan en Toon


Wij  woonden in Utrecht op de Nieuwe Keizersgracht en Jan woonde aan de overkant aan het Zwartewater, zo tussen 1966 en 1972.

Die ouwe (mijn pa) en Jan dronken graag een biertje. Jan verdiende zijn geld wat makkelijker dan die ouwe van mij. Hij werkte in de melkfabriek en later in de bouw als koppensneller en upperman. Hij stond soms dagenlang met een kango op heipalen in te hakken om het betonijzer vrij te maken.

Jan en die ouwe van mij waren goed bevriend en zaten regelmatig samen in de kroeg. Daar zopen zij zich vaak een stuk in de kraag. Bij thuiskomst kregen zij vervolgens de grootste bonje met moeder de vrouw. Ook deze avond was het weer zo ver.
‘Toon, wat dacht jij ervan als wij van auto  gaan ruilen’, opperde Jan. Die ouwe schoot in de lach. ‘Jan jochie, jij spoort niet’. Want Jan reed in een grote Jaquar en die ouwe van mij in een oude VW Kever. Maar Jan hield voet bij stuk en om van het gedram af te zijn stemde die ouwe toe. Morgen is Jan weer nuchter en dan breng ik die Jaquar weer netjes terug, dacht hij, en hij had meteen een mooie gelegenheid   om in een Jaquar rijden. De sleutels werden uitgewisseld en beiden stapten ze in hun 'nieuwe' bolides. In die tijd gebeurde het vaak dat men met drank op achter het stuur kroop.
Die ouwe reed een flink stuk met de Jaquar, want zo'n kans kreeg hij nooit weer. Hij wist niet beter dan dat hij de Jaguar de volgende dag weer terug zou brengen.
Aldus geschiedde dat de volgende morgen die ouwe de Jaquar naar de overkant reed en bij Jan naar binnen liep. ‘Jan, wij hebben gisteren met onze dronken kop de auto's geruild, maar ik neem aan dat jij je Jaquar weer terug wilt’. Jan keek die ouwe aan met een blik van 'ben jij wel goed wijs?'  ‘Moet je luisteren pik’, begon Jan, ‘ik was wel dronken maar ik weet echt wel wat ik gedaan heb. We hebben geruild en die Jaquar nu van jou’.

Samen lieten ze de auto's overschrijven en die ouwe was de trotse eigenaar van een Jaquar. Hij wilde meteen met het hele gezin een stuk rijden. Die ouwe vond het prachtig, je zag hem genieten. Totdat hij moest tanken, die volle tank kostte hem een vermogen en hij had direct door dat die Jaquar verkocht moest worden.

Diezelfde avond stond er een advertentie in het Utrechts Nieuwsblad en die week werd de Jaguar verkocht. Die ouwe bracht de helft van de opbrengst naar Jan, die dit gebaar wel kon waarderen. Zelf kocht die ouwe weer een VW kever en de vriendschap tussen die twee bleef als vanzelfsprekend.



De één had een Jaquar, de ander een Kever
Veel te veel gedronken, dat is zeker
Zeg Toon, zullen we ruilen?
Nee Jan, van ruilen komt altijd huilen


Door Jan zijn gedram
Kwam er toch het ruilen van
Met een grote omweg kwam hij thuis aan
Niemand vroeg: waar komt die auto vandaan

De volgende morgen bracht hij hem terug
Maar Jan rechtte zijn rug
We hebben geruild
De drank heeft mijn geheugen niet misbruikt

Die Jaquar is van jou
Want mijn belofte blijf ik trouw
De tank wat te groot voor die ouwe zijn portemonnee
Uitendelijk ging de Jaq met een ander mee

Heb je genoten van dit verhaal, lees mijn boek dan eens. De opbrengsten van het boek gaan naar de YWC KLINIEK. 
Het boek is te bestellen op:

https://www.boekenbestellen.nl/boek/toon-de-woordenbende/31401





donderdag 27 juni 2019

De nazorg.


Sinds mijn zoon terug is uit de Yes We Can kliniek bezoek ik met enige regelmaat de nazorgbijeenkomsten voor ouders met verslaafde kinderen. Deze bijeenkomsten worden één keer per week gehouden. Wanneer de kinderen na 10 weken uit de kliniek komen, start er voor de kinderen en ouders een nazorg traject. Voor de kinderen duurt dit 10 weken omdat zij ná en tijdens het nazorgtraject op ‘meetings ’terecht kunnen. Voor de ouders is het nazorgtraject voor altijd.

Eigenlijk heb ik die nazorg niet zo hard nodig omdat het met mijn zoon goed gaat. Hij is al anderhalf jaar clean en het gaat goed met hem. Ik ga daar meestal één keer per drie weken heen omdat ik misschien ouders kan helpen waarvan hun kind net uit de kliniek is.
Ik heb gemerkt dat ik ouders die radeloos zijn soms kan helpen. Er kan natuurlijk een tijd komen dat ik de ouders die daar komen zelf weer hard nodig hebt.

Bij thuiskomst, na tien weken in een veilige kliniek, is iedereen vol goede voornemens. De kinderen willen alles toepassen wat zij in de kliniek geleerd hebben, net als de ouders die tijdens de weken dat hun kind in de kliniek zaten, ook begeleid zijn. Kinderen en ouders zijn in die periode heel diep gegaan en hebben de wil om het allemaal beter te gaan doen dan voorheen. In vele gevallen lukt dit, al is het met vallen en opstaan.

Eenmaal thuis gaan de kinderen vaak al dezelfde avond naar een meeting waar verslaafden bijeenkomen. Je merkt als ouder dat de kinderen veel tools en structuur hebben meegekregen in de kliniek. Maar na een tijdje komen de eerste ‘scheurtjes’ boven drijven en de vraag: hoe gaan wij er dan mee om. Ouders beseffen vaak niet dat onze kinderen net als zijzelf een vermoeiende tijd achter de rug hebben. Allereerst de verslavingstijd en daarna het afkicken in de kliniek van verslaving, gewoontes e.d.. Voor mensen die nog nooit met verslaving te maken hebben gehad is dit misschien niet te begrijpen, maar nadat de kinderen uit de kliniek komen, hebben zij vaak een week of tien nodig om bij te komen. Daarna komen ze vaak pas een beetje op gang. Daarom is de nazorg zo belangrijk. Hier komen de ouders bij elkaar onder leiding van een ervaringsdeskundige en kunnen zij er met vragen, problemen, tips of goed nieuws terecht.

Vaak wanneer het even niet lekker loopt denken de ouders dat het helemaal fout loopt. Maar wanneer je rustig naar hun verhaal luistert, valt het meestal mee. Tijdens het vertellen hoor je tussen de regels door hoeveel er eigenlijk wél goed gaat. Juist de zaken die niet goed gaan worden enorm uitvergroot waardoor de dingen die hun kind zo goed doen helaas in het niets verdwijnen.

Wij ouders praten daar over onder leiding van een ervaringsdeskundige en wijzen elkaar ook op de dingen die goed gaan. Het is ‘omdenken’ waardoor je de dingen die wél goed gaan groter kan maken. Er wordt geluisterd naar ouders die dit probleem eerder aan de hand hebben gehad . Zij delen die ervaringen met alle liefde. Hierdoor gaan ouders vaak met een positiever beeld naar huis. Dat laatste is het belangrijkste, het gaat erom dat je samen met je kind weer verder kan bouwen aan een goede verstandhouding en vertrouwen. Ik heb tijdens deze bijeenkomsten veel geleerd en leer elke keer opnieuw weer. Ik heb ook geleerd dat bij het ene kind het kwartje eerder valt dan bij het andere. Ook bij ouders valt dit kwartje niet gelijk. Er zijn kinderen die terugvallen, maar je merkt vaak dat ze toch de tools hebben om te vallen en weer op te staan. Hierom en om duizend andere zaken is het enorm belangrijk dat deze nazorg er is. Wat mij betreft blijf ik elke 3 weken terugkomen om te helpen en te steunen. Niet omdat het moet maar omdat ik het wil.



nazorg is een zorg voor eeuwig
wanneer je dat wilt,anders is het eindig
het gaat over je kind en zijn struggels
het gaat rond en langs de aanwezige ouders

we komen soms boos en gefrustreerd binnen
wat goed gaat is verdrongen, je hebt het alleen over de klotedingen
anderen luisteren en horen dat er best veel goed gaat
we steunen elkaar en beseffen dat over het goede soms te weinig wordt gepraat

wie boos en gefrustreerd binnenkomt, gaat vaak
met een andere blik en kijk op de zaak
weer optimistisch met tips en tools naar huis
thuis gekomen kijk je elkaar in de ogen en weg is de ruis

het is vallen en opstaan voor onze jongens en meiden
maar ook voor de grote sterke vaders en lieve moeders die alleen jouw geluk willen vinden
moet ik op mijn tenen en vooral niet in de weg lopen
nee niet doen, probeer samen de juiste weg te volgen

soms is die weg een mooie rechte weg
vaker geeft deze meerdere richtingen aan en komt het aan op gezamenlijk overleg
soms begrijpen we elkaar even niet en wordt er teveel gezegd
ook dat hoort nu eenmaal bij dit gevecht

Yes I Can
Yes You Can
I always trust in that what we can
thank you, Yes We Can

Heb je genoten van dit verhaal, lees mijn boek dan eens. De opbrengsten van het boek gaan naar de YWC KLINIEK. 

Het boek is te bestellen op:

https://www.boekenbestellen.nl/boek/toon-de-woordenbende/31401


donderdag 20 juni 2019

Chris Woerts heeft zich opgeworpen als de nationale roeptoeter van Foxsports


Chris Woerts heeft zich opgeworpen als de nationale roeptoeter van Foxsports, hij laat ook geen mogelijkheid onberoerd om het voor deze zender op te nemen. Nu de KNVB voor het eerst in jaren eens naar de supporters heeft geluisterd, gaat hij helemaal los en is vol onbegrip over het domme voetbalvolk die nergens wat van snapt en de KNVB die zijn zaakjes niet voor elkaar heeft. 

Hij gaat voorbij aan alle opgelegde decreten van de KNVB in het verleden waarbij wedstrijden op incourante tijden bij de supporters door de strot werden geduwd. Hoe vaak hebben voetbal supporters niet moeten slikken dat wedstrijden op bijvoorbeeld vrijdag- of zaterdagavond om 20:45 uur worden gespeeld. Vergeet de ontelbare keren niet dat er op zondag om 13:00 uur moest worden gespeeld. Dan heb ik het niet eens over de thuissupporters, maar denk eens aan de uitsupporters die na de wedstrijd vaak een uur gedwongen in het stadion moeten blijven en vaak pas ‘s nachts pas thuis zijn. 

Verder vindt hij dat supporters enorme zeurpieten zijn wanneer het gaat over het spelen rond Kerst en Nieuwjaar. Hij zal wel geen leven hebben thuis, maar de gemiddelde voetbalsupporter brengt de feestdagen nu eenmaal graag met zijn/haar familie door. 

‘De KNVB moet het spelen op zondag maar gewoon doordrukken, net als in de ons omringende landen’. Alweer maakt hij een denkfout, want Nederlanders laten dit niet door de strot drukken. Kijk maar eens naar het verzetten van de wedstrijden omdat Ajax afgelopen seizoen geholpen moest worden. De stadions waren maar half gevuld. En waarom? Er zijn namelijk supporters die de volgende dag gewoon naar het werk of naar school moeten. Ik voorspel dat wanneer de KNVB niet naar de supporters verenigingen geluisterd zouden hebben en het op zondag spelen om 18.00 uur door had laten gaan, de stadions op tijden voor hooguit voor 60 procent gevuld zijn. Hij haalt zijn gelijk met een enkele klassieker die in het verleden om 18.00 uur is gespeeld. Dat was een enkele keer en werd dan vaak onder het mom van veiligheid doorgedrukt. 

Dat de maat voor de supporters vol is, is dan ook niet meer dan logisch. 

Het gezwets over de TV-gelden die nodig zijn om te concurreren met de clubs uit de Premier League, laten mij heel hard lachen. Een club als Liverpool ontving vorig seizoen maar liefst 168 miljoen euro en club als Ajax ‘slechts 10 miljoen’. Leg mij eens uit hoe je in godsnaam wilt concurreren met een club in de Premier League als het verschil meer dan 150 miljoen per jaar is. 

Hierdoor willen de clubs alleen maar de beste spelers kopen, wat weer gevolgen heeft voor de trouwe supporters, want de goedkoopste seizoenkaart bij Liverpool kost 790 euro. Daar is voetbal al een sport voor de elite aan het worden. Bij mijn cluppie FC Utrecht betaal ik 210 euro per jaar. Dat is iets meer dan een tientje per wedstrijd. Inderdaad, soms zijn de wedstrijden bedroevend slecht en de andere keer ga ik met een euforisch gevoel naar huis. Maar hier zit het ‘gewone volk’ nog op de tribune omdat alles betaalbaar is En ja, voor die 210 euro wil ik ook dat de wedstrijden op een enkele uitzondering na om 14:30 worden gespeeld, net als de NAC supporter zijn zaterdagavondwedstrijd niet kwijt wil. En waarom? Dat heet traditie mijnheer Woerts, juist dat wat jij verafschuwt, maar waar supporters aan vasthouden. 

Jij vindt ook dat het bezoek en kijkgedrag van supporters ook aan verandering onderhevig is. Ja koekoek! Logisch wanneer veranderingen je steeds door de strot geduwd worden, moet je je kijkgedrag wel aanpassen. Daar is dankzij de samenwerkende supportersverenigingen een keer een eind aangekomen. Want mijnheer Woerts, het voetbal is van de supporters en niet van Foxsports.


Heb je genoten van dit verhaal, lees mijn boek dan eens. De opbrengsten van het boek gaan naar de YWC KLINIEK. 
Het boek is te bestellen op:

https://www.boekenbestellen.nl/boek/toon-de-woordenbende/31401



zaterdag 15 juni 2019

De wandeling naar de bioscoop.


Eerst Pinksterdag besloten wij naar de film ‘Rocketman te gaan en i.p.v. met de bus of fiets zijn we lopend vanaf Overvecht naar het Jaarbeursplein gegaan. Het idee was prima en het weer nog beter. Wanneer je wandelt zie je meer, ook de dingen of dieren die je eigenlijk niet wilt zien, maar toch ook bij de stad horen. Net voorbij het groot winkelcentrum van Overvecht zien we bij het stadsverwarmingsgebouw twee ratten op het gemak tussen de struiken struinen. Ik kijk er even naar en bedenk mij dat ik vroeger aan het Zwarte water ratten met een luchtbuks dood schoot. Die heb ik nu niet bij me, dus lopen wij maar weer door. Op de Einsteindreef passeren wij de RWZI Utrecht, deze Rioolwaterzuivering is net op de schop gegaan en volledig vernieuwd. Dit ging niet zonder slag of stoot. Ik werk bij het HDSR en ik weet hoe hard hieraan gewerkt is. We gaan verder en slaan linksaf het Zandpad op. Hier heb ik zoals iedereen de nodige herinneringen liggen. In de tijd dat ik voor de Provincie werkte deed ik daar oppervlaktewatermetingen. Ik moest op bepaalde punten in de provincie de waterstand meten. Dit gebeurde vanaf een ingemeten punt aan de waterkant en met een meetlint werd de de afstand van de kade tot aan het water gemeten en zo kon je dan de waterstand berekenen. Natuurlijk was zo’n punt ook aan het Zandpad tussen 2 boten geplaatst. Deze metingen voerde ik altijd op vrijdagmiddag uit. De dames op de boot boden mij vrijwel altijd een drankje aan, die ik dan ook meestal op de leuning van de brug tijdens een gesprek met ze opdronk. Ik werd dan ook regelmatig aangesproken door bekenden die daar ‘toevallig’ moesten zijn en mij daar gezien hadden. Wanneer ik antwoordde dat ik daar voor mijn werk was, werd er altijd een beetje naar mij gekeken van ‘dat zal wel’ en op mijn vraag wat zij daar dan deden kreeg ik vaak maar een vaag antwoord.

Al mijmerend wandelen wij verder en lopen over de Rode Brug langs het oude politiebureau en het Leugenaarsbankje. De tekst op die bank van Ingmar Heytze wil ik jullie niet onthouden.

Het maakt me niet uit wat je hier hebt gehoord. Ze zeggen maar wat ze willen, daar ga ik niet in treden. Ik weet alleen dat het allemaal niet waar is of in elk geval niet allemaal. Dit zijn de feiten: de leugens en de waarheid lopen naast elkaar de stad uit, richting Zandpad. Zegt de leugen: ‘ik was niets van plan. Vraagt de waarheid: ‘Mag ik in het midden lopen?

Wanneer je wandelt zie je veel en via het Ondiep en de Amsterdamsestraatweg belanden wij aan het opnieuw aangelegde singel ter hoogte van het Paardenveld. Langs de singel is een prachtig wandelpad aangelegd en in de verte zie ik de gevlekte uitstulping van het nieuwe imposante Hoog Catharijne. ‘Zie ik dit nu goed, er lijkt wel een kruis bovenop het roze, blauw en grijs  ‘gevlekte’ gebouw te staan?’ Wanneer ik dichterbij kom blijkt dit het hijswerk van het glazenwassersbakje te zijn. Ik heb er vele fantasieën op los gelaten omdat dit gebouw zich er voor leent. Het heeft zich als het ware als een groot schip over de singel tussen Hoog Catharijne gewrongen. In het begin moest ik aan dit gebouw wennen, maar ik ga het steeds mooier vinden en bij Utrecht horen. We wandelen door naar de Oudegracht en gebruiken daar wat op een terras aan de werf. Ik geniet naar boven kijkend van de gebouwen zoals Hotel Kasteel van Antwerpen en de aangrenzende gebouwen. Ik realiseer mij steeds weer dat ik in een prachtige stad woon. Na een paar drankjes vertrekken wij richting Jaarbeurs, want dat is waar ook, door alle schoonheid zou je bijna vergeten dat wij onderweg zijn voor een bezoek aan de bioscoop.

 

Van Overvecht naar het Jaarbeursplein
Verrast door de ratten die hier eigenlijk niet zouden moeten zijn
Over het Zandpad waar je nu wel gezien mag worden
Net over de Rode Brug het oude politiebureau waar je tijdelijk kon worden opgeborgen

Vlak daarvoor de Leugenaarsbank voor jonge en oude leugenaars
Een overdekte bank waar je alles kwijt kan, leugens en verhalen van oude overwinnaars
Soms zijn ze waar maar vaak erg sterk, ze zorgen voor een lach of een lange discussie
Elke dag of later komen zij weer terug, ook al eindigde het laatste gesprek in een kleine ruzie

Ruzies, discussies ze horen erbij en een kleine ruzie zal de vriendschap nooit verstoren
Vaak zijn ze rustig, er wordt wat gelachen, praten zij luid dan kan je ze twee straten verder horen
Via het Ondiep en de Straatweg kom je aan het nieuw aangelegde singel terecht
Het nieuwe singel is één van de parels van Utrecht 






Utrecht mijn stad waar van alles gebeurt, goed en slecht
We zeiken over het mozaïek van het Vredenburg en de tram omdat hij nog niet aankomt in Utrecht
Maar stiekem zijn wij verschrikkelijk trots op ons stadje met zijn grachten en de Dom
Utrecht zit in je bloed, je hart en je hoort oan het proaten wel of je hier vandoan komp



Heb je genoten van dit verhaal, lees mijn boek dan eens. De opbrengsten van het boek gaan naar de YWC KLINIEK. 
Het boek is te bestellen op:

https://www.boekenbestellen.nl/boek/toon-de-woordenbende/31401









maandag 10 juni 2019

Het gekleurde schip op het Utechtse singel




Het is net of hij over de singel de stad is in gevaren
Een bonte schakering van diverse kleuren
Over de singel binnengekomen dwars door de wandelpromenade van Hoog Catharijne gebroken
En precies op de juiste plek tot stilstaan gekomen

Hebben de Utrechters hem al een naam gegeven?
Want hij is daar niet meer voor even
Hij is daar verankerd voor een lange tijd
Het gebouw ligt er voor altijd

Een reusachtige gekleurde romp van roze, rode blauwe grijze en witte vlakken
De installatie voor het glazenwassers bakkie is een kruis en staat bovenop als heilig baken
Die laat het bakkie met glazenwassers alleen maar stijgen en zakken
Misschien moet dit kruis wel over deze harde werkers waken


Wordt dit gebouw één van Utrechts bezienswaardigheden?
Of zegt de echte Utrechter: Man wat lul je nou, het is gewoon een gekleurd gebouw
De tijd zal het leren, eerst vond ik hem lelijk en niet passen
Tegenwoordig laat ik mij door dit gebouw en mijn stad Utrecht verrassen



Heb je genoten van dit verhaal, lees mijn boek dan eens. De opbrengsten van het boek gaan naar de YWC KLINIEK. 
Het boek is te bestellen op:

https://www.boekenbestellen.nl/boek/toon-de-woordenbende/31401






zondag 9 juni 2019

Terrasie oan de grag

Utreg me stadjie
Het water stroomt rustig door mijn gragie
Langs het terassie
Doar zit ik same met mijn meisie
Aon een biertjie en  een lekker happie
Utreg stoat gegraveerd in mijn hartjie
En ik verloat mijn  stadjie van me leve nie


Heb je genoten van dit verhaal, lees mijn boek dan eens. De opbrengsten van het boek gaan naar de YWC KLINIEK. 
Het boek is te bestellen op:

https://www.boekenbestellen.nl/boek/toon-de-woordenbende/31401


maandag 20 mei 2019

Mijn naam is Toon en mijn zoon is verslaafd



Daar moest ik gisteren aan denken, tijdens een N.A. meeting voor verslaafden waar mijn zoon zijn levensverhaal vertelde. Wanneer iemand op een meeting wat deelt begint hij of zij met: ik ben.... en ik ben verslaafd. Er wordt dan door de anderen geantwoord met een hallo gevolgd door het noemen van zijn of haar naam.

Hij vertelde zijn levensverhaal op een heel indrukwekkende manier, ik gloeide van trots.

De reden van mijn aanwezigheid op deze meeting begon met een appje: 'Pa zullen we samen voetbal kijken?' Natuurlijk antwoordde ik met ja want er is niets mooiers dan samen met je kinderen genieten van je gezamenlijke voetbal interesses. Even later weer een appje 'oh shit vergeten, ik zou vanavond mijn levensverhaal vertellen op een meeting'.


Mijn zoon is verslaafd en gelukkig al meer dan een jaar clean. Een van de redenen dat hij clean blijft is het regelmatig bezoeken van meetings. Op zo’n meeting komen verslaafden die niet meer gebruiken bij elkaar. Zij ‘delen’ daar o.a. hun verhalen, hun angsten en belevenissen. Er wordt daar niet geoordeeld of veroordeeld. Ben je teruggevallen en kom je daar weer omdat je gestopt bent en je leven weer wilt oppakken, dan ben je van harte welkom. ‘Fijn dat je er weer bent' is wat je te horen krijgt. Ook knuffelt iedereen elkaar bij binnenkomst en vertrek van de bijeenkomst, dit is en voelt oprecht en warm. Bij een openbare meeting mag je als niet-verslaafde mee met iemand die de meeting bezoekt. 

Ik heb hem zijn levensverhaal horen vertellen over liegen, bedriegen, manipuleren van ons als ouders en anderen. Bewonderingswaardig was dat hij vertelde over zijn suïcidale gedachten en zijn gebruik wat nog veel erger was dan ik wist. Er waren meer dingen die ik voor het eerst hoorde, maar ik zag ook wat dat met de aanwezigen deed en dat was veel. Het deed mij ook veel dat andere aanwezigen meerdere keren deelden ‘Ik wou dat ik mijn vader of moeder mee kon nemen naar een meeting’. 


Ik ben dankbaar dat ik hier aanwezig mocht zijn en ik had deze avond voor geen honderd mooie voetbalwedstrijden willen missen.

Onderweg naar huis ging de meeting wel duizend keer door mijn hoofd, net als de nazorgmeetings voor ouders die ik regelmatig bezoek. Ook hier zie ik ouders struggelen met het herstel van hun kinderen. Nu heb ik die nazorg voor ouders niet zo hard nodig, maar ik ga erheen om met mijn ervaring als ouder de andere ouders te helpen waar mogelijk. Soms lukt dat door het geven van een tip of maken van een opmerking en misschien heb ik deze ouders zelf ooit weer nodig.

Bij deze N.A. meeting kwam mijn zoon iemand tegen die hem had opgevangen in de kliniek en deze jongen was al snel teruggevallen. Maar nu vertelde hij met trots al een maand clean te zijn. Door dit soort verhalen te vertellen aan ouders waar bij het herstel van hun kinderen niet zo lekker loopt, geef je hoop en vertrouwen en kan je elkaar blijven helpen.


Hou mij te goede ik zou liever hebben gehad dat mijn zoon niet verslaafd zou zijn geweest. Maar de openbare meetings en de nazorgmeetings hebben mijn leven verrijkt.


Hallo ik ben Toon en mijn zoon is verslaafd.

Heb je genoten van dit verhaal, lees mijn boek dan eens. De opbrengsten van het boek gaan naar de YWC KLINIEK. 
Het boek is te bestellen op:

https://www.boekenbestellen.nl/boek/toon-de-woordenbende/31401


vrijdag 17 mei 2019

De Bunnikside en de meermanskaart


In de tijd dat ik veertien jaar oud was, bezocht ik al uitwedstrijden van FC Utrecht. Dat was toen niet georganiseerd, wij hadden in die tijd geen whatsapp om af te spreken. Dus na de laatste wedstrijd werd een verzameltijd op het station afgesproken. Vaak werd dat om een uur of elf op het Centraal Station. Meestal waren we met een man of dertig of het moest zo zijn dat we tegen Ajax of Feyenoord moesten spelen, dan waren wij met een paar honderd man. 

In die tijd kon je een meermanskaart kopen, dat was een kaart waarop je met vijf man kon reizen. Die kaart was goedkoper dan een los kaartje. Zeker op de manier waarop wij hem gebruikten, wij kochten er maar één en reisden er met dertig man op. 

Hoe deden wij dat? Nou dat was niet zo moeilijk, je kunt het je niet voorstellen, maar heel vaak was er geen politiebegeleiding aanwezig en wij wisten natuurlijk best dat een conducteur geen zin in gedoe had. Bij controle van de conducteur lieten wij netjes de kaart zien, hij telde de vijf personen en controleerde de mensen aan de andere kant. Wij zorgden ervoor dat wij achter elkaar zaten en de kaart werd vlot doorgestoken naar de stoelen achter ons. Zo ging dat door tot iedereen gecontroleerd was. Soms konden we niet iedereen achter elkaar kwijt en moesten er een paar zich verstoppen onder de banken. Sommigen van die gasten onder de bank wilden wel eens weten hoever ze konden gaan en tijdens de controle trokken ze aan de broekspijpen van de controleur. Vaak gaf deze geen kik, een ander keek even op en zei dan: 'je kan beter op de bank gaan zitten dan op de vieze vloer gaan liggen'. En dan had je nog degene die dan wél wilden bekeuren, maar wat begin je tegen een man of dertig die om je heen komen staan. Kortom het reizen was vaak voordelig. 

Wij liepen niet in voetbalshirts, maar droegen sjaaltjes en vlaggen met bezemstelen als vlaggenstok. Dat was als het nodig was ook een handig wapen. Wij kwamen altijd zingend het station uit en gingen vaak lopend richting het stadion van de tegenstander. Langs die weg hadden wij veel bekijks en liet men ons met rust, omdat wij in die tijd al een behoorlijk slechte naam hadden.

Zo gingen wij ook eens naar een uitwedstrijd tegen Go Ahaed Eagles in Deventer. Aan het stadion stonden bij de ingang van die houten hokjes waar je kaartjes kon kopen. Wij wilden hier natuurlijk ook niet betalen. Dus werd het volgende afgesproken: bij het loket waar we de kaartjes konden kopen riepen wij dat de persoon achterin de rij zou betalen. Dat was vaak de grootste en de sterkste van ons allemaal en wanneer hij aan de beurt was vroeg hij om één kaartje. 'Maar je zou toch voor allemaal betalen', vroeg de man achter zijn loket dan. 'Donderstraal op', werd er dan geantwoord, 'je denkt toch niet dat ik voor die gasten ga betalen? Ik heb alleen maar een kaartje voor mijzelf nodig'. Hij kocht dan een kaartje en wij waren allang binnen. 

Net voor de tribune stond een houten winkeltje waar je drank, snoep enzovoorts kon kopen. Je raadt het al, binnen een mum van tijd was het winkeltje leeggeroofd. 

Op de tribune hadden wij alle ruimte omdat de ‘thuis’-supporters ons de ruimte gaven. Zij stonden op gepaste afstand dicht tegen elkaar aan, waardoor wij erg ruim konden staan. Op een geven moment kwam de politie naar een van ons toe en vertelde dat de mensen van het winkeltje van de omzet moesten leven. De pet werd van de agent zijn hoofd gegrist en er werd bij ons, maar ook bij de supporters van de tegenstander langs gegaan. Ook al hadden deze supporters geen deel genomen aan onze jatpartij, deden ze toch maar geld in de pet. Zo werd de omzet van die mensen weer goed gemaakt. De agent ging met een pet vol geld naar de mensen van het winkeltje toe. Wij waren geen lieverdjes maar op zo’n moment moest er gewoon voor die mensen gedokt worden. 

Dat wij geen lieverdjes waren bleek vaak na de wedstrijd waar wij dan de tegenstanders opzochten voor een matpartij. Dat ging er vaak hard aan toe met stokken en kettingen. Een aantal van ons werd altijd wel opgepakt. Op de terugweg had de trein regelmatig vertraging omdat er aan de noodrem werd getrokken. Dit had weer tot gevolg dat wij in Utrecht werden opgewacht door de Spoorwegpolitie met de nodige honden. Ook hier werden er altijd weer een paar van ons opgepakt. 

Op maandag wisten wij niet hoe snel we een krant moesten kopen om te kijken wat er nu weer over de Bunnikside geschreven werd.

De Bunnikside in de zeventiger jaren, je kan er over denken wat je wilt, maar ik heb als jonge jongen veel geleerd over vriendschap en steun aan elkaar. Wij lieten elkaar niet vallen en kwamen altijd voor elkaar op, want het ging over vriendschap, clubliefde en aanzien. Wij waren jong en dachten zeker niet na over de gevolgen van onze daden. Dat kwam bij de meesten van ons later pas.


Met de trein naar een uitwedstrijd in de jaren zeventig
Een meermanskaart voor vijf personen telde bij ons voor dertig
Lopend naar een stadion, langs de kant van de weg keken inwoners verbaasd naar ons
Er was er maar één die een kaartje kocht, bij de man in het loket een verbaasde frons

Na de wedstrijd werd er vaak geknokt
En onderweg werd de trein regelmatig gestopt
Een aantal van ons moesten in een cel overnachten
Als troost stonden hun koppen in de kranten

Wanneer de kranten hun namen vermeldden
Waren zij een hele week lang de voetbalhelden

Heb je genoten van dit verhaal, lees mijn boek dan eens. De opbrengsten van het boek gaan naar de YWC KLINIEK. 
Het boek is te bestellen op:

https://www.boekenbestellen.nl/boek/toon-de-woordenbende/31401

Het E-book met mijn verhalen kan je downloaden voor maar 2,95

https://www.boekenbestellen.nl/ePUB/toon-de-woordenbende/33927

















zondag 12 mei 2019

de telegraaf bezorger.






Ik was dertien of veertien jaar oud en wilde een centje bijverdienen. Via een tip kwam ik op de Oudegracht 203 terecht, daar waar nu stripwinkel Blunder zit. Dat was toen het een depot van de Telegraaf. Ze zochten daar bezorgers voor de Telegraaf en ik zocht een baantje. Eén en één is twee, dus ik daar naar binnen. Achter een tafel waar ‘s nachts de kranten werden gesorteerd, zat een grote dikke man met een rood hoofd. ‘Wat kom je doen’, vroeg hij een beetje nors.
‘Ik wil graag wat bijverdienden als krantenbezorger’, antwoordde ik. ‘Hoe oud ben jij’, vroeg hij. ‘Zestien’, loog ik. Hij pakte pen en papier en noteerde mijn gegevens. ‘Je kan als je wilt maandag beginnen’, zei hij. ‘Dat is mooi’, antwoordde ik, ‘maar wat ga ik verdienen?’. ‘Je krijgt een kwartje per krant per week en deze wijk heeft ongeveer 200 abonnees’, legde hij uit. ‘Dus je verdient ongeveer vijftig gulden per week’.

Van zulke bedragen kon ik alleen maar dromen en ik antwoordde dat ik maandag wel kon beginnen. ‘Je moet zorgen voor een goede fiets met bagagedrager’, commandeerde hij. ‘Die heb ik wel’, zei ik. ‘En je moet hier vóór vijf uur in de morgen aanwezig zijn’, kwam er nog achteraan. Kolere dacht ik,daar had ik even niet bij stil gestaan, maar het vooruitzicht van die vijftig gulden maakte alles goed.

Die maandag was ik al om vier uur aanwezig. ‘Jij bent mooi op tijd’, zei de dikke man, die als bijnaam die Rooie had. Die Rooie legde me uit waar de pakken met kranten moesten worden gepakt en hij telde ze voor mij uit. ‘Vanaf morgen moet je dit zelf doen jochie’ De kranten gingen in de tas achterop de fiets en ik kreeg een lijst met straatnamen en huisnummers mee van de Telegraaf abonnees.

Ik kon gelukkig op de Oudegracht beginnen dat scheelde toch een hoop gezoek bleek later, want wist ik veel waar de Jacobsgasthuissteeg, de Zwaansteeg, de Zilverstraat enzovoorts lagen.
Daar was ik toen nog even de nodige uurtjes mee zoet en om half negen was ik pas klaar. Ik ging me even melden, die Rooie keek op en zei:  ‘Dat heb je vlot gedaan voor de eerste keer en ik heb nog geen klachten ontvangen’. Uiteraard was ik te laat voor school, dus besloot ik deze dag maar een welverdiende vrije schooldag op te nemen.

Na verloop van tijd kreeg ik het wereldje van bezorgen goed door. Tegen november zorgde ik ervoor dat ik een krantenwijk of vier had, want dat leverde met oud en nieuw flinke bedragen aan nieuwjaarsfooien op. Ook had ik snel door dat dronken gasten in de binnenstad flink voor je krantje wilde betalen. Op vrijdag en zaterdag telde ik altijd een krantje of 20 teveel af. Die Rooie lette toch nooit op. Op vrijdag- en zaterdagnacht werd je dan altijd een paar keer aangesproken: ‘Hé jochie, heb je een krantje over voor mij?’. Waarop ik steevast antwoordde: ‘Heb jij dan een knaak over voor mij?’.
Een krant koste toen ongeveer een gulden. Maar die dronken gasten gaven grif een knaakie voor de krant. Zo scharrelde ik al snel een extra weeksalaris erbij.
Een nadeel was het politiebureau aan het Tolsteeg. Regelmatig werd ik aangehouden met de vraag hoe oud ik was. Ik loog altijd dat ik zestien was. Ik wist natuurlijk dat zij het moeilijk konden controleren, er was in die tijd natuurlijk geen legitimatieplicht. ‘Dan gaan we je ouders maar eens bellen’, zeiden ze dan. Ik blufte daar dan overheen met ‘Daar zal die ouwe van mij blij mee zijn als je hem ‘s morgens om een uur of vijf gaat bellen, je bent de derde al deze maand’, loog ik dan verder. De agenten antwoordden dan dat ze later op de dag wel zouden gaan bellen, maar dat gebeurde natuurlijk nooit. Het vervelende was dat dat ‘gezeur’ mij altijd weer minimaal een kwartier van mijn tijd kostte, waardoor ik weer te laat in de klas verscheen.

In de binnenstad had ik ook wel eens te maken met agressiviteit. Ik was een keer in een steeg aan het bezorgen, komt er een vent schreeuwend aanlopen, katlam was hij. ‘Hé!’, riep hij, ‘geef mij eens een krant’. Ik voelde al nattigheid en had mijn kettingslot al van mijn fiets losgemaakt.
Dat was zo’n stalen ketting met een groot Abus slot eraan. Hij bleef schreeuwen en dreigde mijn kranten in de fik te steken,  wanneer ik geen krant aan hem wilde geven. Ik antwoordde dat ik een knaak voor die krant moest hebben en dat hij anders lekker de kolere kon krijgen. De man werd vreselijk kwaad en begon tegen mijn fiets te schoppen. Ik bedacht mij geen seconde en sloeg de ketting met aan het eind het Abus slot tegen zijn dronken kop aan. Hij lag gelijk een paar meter verderop op de grond met een vreselijke koppijn. Ik pakte mijn fiets en ging er snel vandoor. Daar was ik ook weer vanaf dacht ik. Maar die zatlap deed aangifte bij de politie en ik werd vervolgens van school weggeplukt en naar het politiebureau gebracht. Daar kwam natuurlijk aan het licht dat ik geen zestien was en kon ik mijn krantenwijkjes gedag zeggen.
Verder had dit akkefietje geen gevolgen voor mij. Die Rooie baalde dat hij mij kwijt raakte als bezorger, maar vond het ook vervelend voor mij dat ik mijn baantje kwijt was. ‘Ik heb al een collega van een ander depot voor je gebeld’, zei hij, ‘Je kan daar zo beginnen’. Dat was in de Waalstraat daar heb ik nog de nodige jaartjes als krantenbezorger gewerkt.

Elke morgen de Telegraaf bezorgen
Dat was vroeg opstaan elke dag vier uur in de morgen
Op mijn fietsie naar de Oudegracht
Daar lagen de kranten die rond moesten worden gebracht

De teveel afgetelde kranten werden voor een knaak verkocht
De rest werd dan weer netjes op het juiste adres bezorgd
De politie moest regelmatig naar mijn leeftijd raden
Er werd ten einde raad gedreigd naar huis te bellen

Moet je doen joh, om vijf uur in de morgen
Die ouwe van mij zal je dan een mooie scheldserenade bezorgen
Zo blufte ik ze regelmatig af ‘die wouten’
Ze belden toch niet naar mijn ouders en ik ging weer vrolijk verder met bezorgen van mijn kranten

Soms kreeg ik te maken met geweld
Maar met een ketting kreeg ik de grootste dronkaard geveld
Jaren vroeg op voor het bezorgen de kranten
Want die kranten bezorgden mij weer vele centen

Heb je genoten van dit verhaal, lees mijn boek dan eens. De opbrengsten van het boek gaan naar de YWC KLINIEK. 
Het boek is te bestellen op:

https://www.boekenbestellen.nl/boek/toon-de-woordenbende/31401




dinsdag 30 april 2019

Ode aan Utrecht



https://www.boekenbestellen.nl/boek/toon-de-woordenbende/31401


De Dom
De Gracht
Hij komt uit in de Vecht
En hoort bij Utrecht

Net als de Domkerk
Afgesneden van die mooie toren door een storm en slecht werk
De Singel gedempt en omgetoverd tot een autoweg
Jaren later stroomt het water toch weer dwars door Utreg

Hoog Catharijne werd omgedoopt tot Hoog Chagerijne
Het sjagerijn is verdwenen, trots wandel ik door een winkelcentrum van allure
Buiten heeft de markt zijn beste tijd gehad
Tussen de kraampjes valt vaak een gat 

Op het Vredenburgplein wordt een mozaïek aangebracht
Of we het ooit zullen zien moet maar worden afgewacht
Twee minuten verder ligt de Oudegracht
Loop eens door naar De Neude, ga langs bij de Haas, mogelijk heeft hij al wat bedacht

Er is zo veel te vertellen over mijn mooie stad
De eerste ode over Utrecht, gewoon recht uit mijn hart


Heb je genoten van dit verhaal, lees mijn boek dan eens. De opbrengsten van het boek gaan naar de YWC KLINIEK. 
Het boek is te bestellen op:

https://www.boekenbestellen.nl/boek/toon-de-woordenbende/31401




vrijdag 26 april 2019

LTS op de Schoolstraat


Ik was vroeger zo'n jongen waarvan iedereen zei 'Die kan niets'. Op de lagere school zagen ze maar één oplossing: Toon moet naar de Tuinbouwschool. Dan is hij lekker veel buiten en hoeft hij niet de hele dag in een klaslokaal op gaan zitten letten. Ik zal er verder kort over zijn, die school werd geen succes en ik mocht al snel vertrekken.

Na wat omzwervingen kwam ik op de 1e Algemene LTS aan de Schoolstraat terecht. Mijn allerlaatste kans, want als je daar van af werd geschopt kon je op geen enkele school meer terecht. Ik voelde mij daar al snel thuis, de meeste jongens die daar op school zaten woonden net als ik in een volksbuurt. Jongens net als ik die het niet altijd makkelijk hadden, maar het leven zelf leuk maakten. Dat leuk maken bestond uit spijbelen, voetballen, op Hoog Catharijne hangen enzovoorts. Maar ook op school hadden we veel lol.

In de eerste twee klassen moest je aan alle vakken 'ruiken'. Het ene uur stond je aan een draaibank en het volgende uur was je in de keuken aan het koken. Die keukens waren op de begane grond en het gebouw was gebouwd in een soort van U-vorm. Nu kregen wij ook les in metselen op de derde verdieping. Daar leerden metselen wij met steentjes net zo groot als een legoblokje.

Op een warme dag stonden de ramen open. Een klasgenoot zag op zo'n warme dag dat er bij de koks aan een grote bruidstaart werd gewerkt. Achteraf bleek het een tentamenstuk te zijn. Wisten wij veel, daar stonden wij aan het raam met die kleine steentjes en in een splitsecond hadden wij besloten dat die taart aan gort moest worden gegooid.

We hadden toen geen benul dat je van drie hoog ook iemand zware verwondingen had kunnen bezorgen. De leraar was op een moment even gaan roken. Het lulletje van de klas moest op de uitkijk gaan staan en alle ramen gingen open. Als een soort bombardement gingen de stenen door de ramen op de benedenverdieping richting de taart. Het glas beneden spatte alle kanten op en de taart werd door de stenen en rondvliegend glas helemaal naar zijn kloten gegooid. De school stond op zijn kop en de hele klas werd op het matje geroepen. Men zou en moest de daders eruit pikken.

Maar de hele klas gaf geen krimp. Het was op die school een ongeschreven wet, 'je verraadt nooit iemand'. De leerkrachten waren woest en er werd op een andere tactiek overgegaan.

De volgende dag moesten wij ons melden bij kamer 13. Dat was de kamer van de directeur, elke morgen bij het binnenkomen van de school stonden daar wel een paar namen op een groot bord. Ik was er al aan gewend dat de naam Lagas er een paar keer per week op stond, daar werd ik niet meer zo zenuwachtig van. Wanneer je naam op het bord stond moest je je eerst bij de conciërge melden. Dan werd je meestal in een groepje van drie naar de gang gebracht waar de directeur in zijn kamer zat. Deze conciërge liep altijd mank en wanneer hij voor ons uit liep deden wij natuurlijk zijn loopje na en hadden dan de grootste schik. Je moest dan gaan zitten op een bankje, de conciërge klopte op de deur en gaf de namen door van de jongens die daar zaten.

De directeur, hij heette volgens mij De Kruif, was een strenge man die verschrikkelijk tekeer kon gaan, maar ondanks dat mocht ik hem wel. Streng en rechtvaardig noem je dat tegenwoordig. Hij deed er alles aan om de schuldigen te kunnen straffen. Ik was ondertussen wel wat gewend en gaf geen kik, maar er waren klasgenootjes die met tranen in de ogen zijn kamer uit kwamen. Maar niemand van die klas was doorgeslagen. Uiteindelijk konden ze niets anders doen dan de hele klas voor een week te schorsen.

Een mooiere beloning konden wij niet krijgen. Spijbelen met toestemming. De brief aan de ouders vingen wij zelf wel op en een handtekening was makkelijk vervalst.

Toch heeft deze school mij veel gegeven, in de derde klas was ik het na de eerste schooldag al zat. Ik ging een poosje spijbelen, dat poosje werd bijna een heel schooljaar. Nu vraag je je af hoe dat kon, maar in die tijd waren er geen computers en mobiele telefoons, dus werd er bij verzuim een groene kaart per post verzonden.

Mijn moeder en stiefvader werkten de hele dag, wij woonden in een flatgebouw waar de brievenbussen aan de hoofdingang hingen. Met een breekijzer boog ik dan het deurtje wat open en viste die kaart eruit. Dat openbreken van die brievenbusjes kwam vaker voor dus daar keek niemand van op.

Het was ergens in mei toen ik besloot om maar weer eens naar school te gaan. Ik was nog geen drie stappen in het gebouw of ik hoor een zware stem: ‘Lagas! Wat denk jij hier te doen?’. Het was mijnheer Tamminga, je kent dat wel, zo' n leraar waar echt iedereen veel ontzag voor had. Kolere dacht ik, hier zit ik niet op te wachten. ‘Kom jij maar even mee’, wenkte hij. Ik had geen keus en volgde hem maar. Ik verwachtte een enorme tirade, maar hij werd heel vaderlijk. ‘Wat verwacht je nu’, vroeg hij rustig, ‘Denk je zomaar weer mee te kunnen doen?’. Ik haalde mijn schouders op en onnozel antwoordde ik dat dit wel de bedoeling was.

Ik zag ineens bij deze strenge man een vorm van radeloosheid. Hij had mij gewoon van school kunnen schoppen. Maar ik voelde al snel aan dat dit niet ging gebeuren.

Mijnheer De Gram kwam binnen. Dit was een leeraar die metaalles gaf. Deze man was een praktijkman en had geen lerarenopleiding gehad, hij was vanuit de fabriek les gaan geven op de LTS. ‘Wat doe jij hier’, vroeg hij. Ik haalde mijn schouders weer op en antwoordde dat ik weer terug naar school wilde. Beiden keken elkaar aan en gingen even apart zitten.

Even later kwam Tamminga weer binnenlopen en zei: ‘Als jij belooft om voortaan weer naar school te komen zonder te spijbelen, dan zorg ik er voor dat jij terug mag komen en dat je van klas drie naar vier gaat. Maar ik wil wel dat jij woord houdt’ zei hij, ‘want mijn kop gaat eraf wanneer jij weer gaat spijbelen’.
Ik hield woord en hij ook.
Ik ging met een diploma van school af en ondertussen ben ik bijna zestig jaar, maar de basis van mijn leven is mede op deze school gelegd.





De Tuinbouwschool kon nooit wat worden
Op de LTS stond mijn naam met regelmaat op de borden
Met stenen ging de grote taart kapot
Niet alleen de taart maar ook de ramen gingen aan gort

De daders waren kameraden
Daarom werd niemand verraden
De directeur beet van nijd zijn sigaar kapot
Hij dreigde en schold ons verrot

Hij kreeg ons niet klein en zoals verwacht

Werd de hele klas 'hard' aangepakt
Als bonus werden we allemaal geschorst
Vanwege gebrek aan bewijs, een week van school verlost

Na één dag in het nieuwe schooljaar 

Was ik er helemaal mee klaar
Ik ben toen bijna een heel jaar niet op school geweest
Alleen de laatste week was ik er het meest

Ik werd zelfs niet van school gegooid
Maar er werd gezegd dat ik 'netjes' klas drie had voltooid 

In klas vier ben ik nooit meer afwezig geweest
En aan het eind van mijn jeugd werd er trots met een diploma gefeest



Heb je genoten van dit verhaal, lees mijn boek dan eens. De opbrengsten van het boek gaan naar de YWC KLINIEK. 
Het boek is te bestellen op:

https://www.boekenbestellen.nl/boek/toon-de-woordenbende/31401








 

donderdag 21 maart 2019

Het boek 'Toon de Woordenbende'


Vandaag was ik zo druk met privéwerkzaamheden, dat ik er niet aan toe kwam om mijn mail te lezen. Het is 20 maart, de dag van het Waterschap en de Provinciale verkiezingen. Belangrijk, maar dat maakte mijn dag niet speciaal.

Eigenlijk is de dag al zo goed als voorbij wanneer ik mijn mail begin te lezen. En ja hoor, daar is het mailtje van de drukker dat de omslag eindelijk was goed gekeurd.
Wat een gedoe zeg, eerst was de omslag verkeerd om aangeleverd en toen dat probleem getackeld was, kreeg ik weer een mailtje dat de rug 2 millimeter afweek. Ik zal de krachttermen niet herhalen die ik uitriep over die lullige twee millimeter. Man wat kan mij die rottige 2 mm toch schelen dacht ik, maar ja, je wilt toch een perfect uitziend boek uitbrengen. Het was ook de frustratie die er een beetje uitkwam.

Je kent dit misschien wel, de teksten worden wel honderd keer doorgelopen en elke keer denk je, ik kan eindelijk het boek gaan uitgeven. Maar dan wordt er weer een scheve komma gevonden, een letter die op zijn kop staat of een regel die van achteren naar voren loopt. Pffft er komt geen einde aan. Maar als alle letters netjes in de rij staan en op de plaats waar zij horen te staan, kan ik die handel eindelijk uploaden. Ik wil alles tegelijk uploaden, maar de drukker wil eerst de tekst en indeling beoordelen en dan mag ik de cover pas uploaden. 

Dit is dus niets voor een ongeduldig typetje zoals ik. Maar goed, alle tekst is afgestoft, dus wat kan er nu fout gaan. Tja, Lagas dat heb je dus mis, de pagina nummering is niet juist. Ik moet iets aanpassen met secties en zo. Ik heb geen idee hoe ik dat nu weer moet doen. Kunnen jullie dat niet even voor mij doen? Gelukkig lossen zij het voor mij op. Eindelijk mag ik de cover uploaden. Vandaag op 20 maart is het zover: de mail dat alles in orde is bevonden. De proefdruk is onderweg en wordt de 25e bij mij aangeleverd. Ik verwacht dat deze proefdruk gelijk perfect is. Niet geleerd van het voorafgaande Toon? Nee dus, volgende week gaat mijn boek uitgegeven worden. 

Het resultaat van hard werken niet alleen door mijzelf, maar wat dacht je van Marion. En dan mag ik zeker Gé en Sanne niet vergeten. Er is niet alleen hard gewerkt aan het boek, maar ik moest het ook financieel rond zien te krijgen. Hier was er een succesvolle crowd fund actie voor nodig. Dit is toch een spannende zaak, want nu moet je de mensen van te voren overtuigen dat investeren in je boek een goede zaak is. Samen met Marion is het gelukt om het benodigde geld, maar liefst 2500 euro, bijeen te krijgen. Ik heb hier veel van geleerd, maar nog belangrijker, ik heb gemerkt dat velen mij dit gunden. Kortom deze dag, 20 maart is een dag die ik niet snel zal vergeten. Die Woordenbende gaat er eindelijk komen. Hier ben ik jullie echt heel erg dankbaar voor.





Vandaag in 2019 op twintig maart
Krijgt mijn boek eindelijk een kop en een staart
Er stonden wat letters op hun kop, daar had ik even niet opgelet
Alle scheve komma’s zijn weer netjes recht gezet

Aan de cover mankeerde niets
Maar een afwijking van 2 mm is voor de drukker niet zomaar iets
Alle letters zijn op de juiste plaats gezet
De persen worden vanaf nu door een Woordenbende bezet

Je bestelde boek komt eraan
Het was even wachten maar je hoeft er niet voor in de rij te staan